is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer dezehe worden bevonden niet tot het Voorhanden schip ,*e behooren, zul de schipper verbeuyen ecne boete van één gulden voor elke ton, die het schip naar meting groot is, onverminderd de aanzuivering van het verschuldigde, voor welk laatste, des noods, het schip zal kunnen worden aangehouden.

310. De ledige schepen van welke, wegens hunne binnenkomst , nog eenig gedeelte der belasting verschuldigd is, zullen kunnen worden genomen in bewaarder hand, tot verhaal daarop van het tonne— geld, of tot dat de betaling van hetzelve geschied, of daurvoor zekerheid gegeven zal zijn.

ZES-EN-TW1NTIGSTE HOOFDSTUK.

yllgemeene voorzieningen en van de p lig l £ tl en regteri der ambtenaren en hunne bescherming.

011. Overal waar in deze wet gesproken wordt van de administratie en van ambtenalen (behalve de daaraan vreemden die in art. 191 zij 11 opgenoemd), alsmede van kantoren en eerste of laatste wachten , worden daardoor verstaan de algemeene administratie der in- en uitgaande regten en accijusen , of het -Ministerie , door hetwelk dat vak wordt beheerd , en de ambteparen, de kantoren en wachten voor de i:i- en uitgaande regten en accijusen.