is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Insgelijks overal waar het bedrag der regten en aecijnsen als boete is bepaald, worden daaronder alleen begrepen de regten en accijusen , zonder opcenten en zonder het additioneel voor het Syndikaat.

ril 2. Tot voorkoming van sluikerijen , zal niemand vermogen dezerzijds eenige schuit of boot te hebben' of te houden, op eenige rivier van het Koningrijk, welke deszelfs grondgebied onmiddellijk van dat van eenige andere mogendheid afscheidt f noch op eenige naar buiten loopende rivieren binnen den afstand van liet vreemd territoir aan de landzijde, in artikel 177 bepaald, zonder eene schriftelijke autorisatie daartoe van den directeur in de directie, waaronder de bezitter of gebruiker behoort, verzocht en van denzelven verkregen te hebben , op verbeurte van bet vaartuig en eene boete van honderd guldens.

Van deze bepaling worden uitgezonderd alle zoodanige transportmiddelen , als noodig erkend zijn voor den publieken dienst, en die van een behoorlijk herkennings-teeken als zoodanig moeten zijn voorzien.

5i3. Geen kantoor van ontvang noch van eerste of uiterste wacht zal worden afgeschaft, verlegd of ppgerigt, zonder Onze uitdrukkelijke order; zullende ten aanzien der eerste of uiterste wachten , bij het opvigten , opheffen of verleggen, het deswege door Ons genomen besluit, len minste i4 dagen vóórdat liet executoir zal zijn, in het staatsblad worden ger plaatst5 en bovendien de order daartoe in vier dep