is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de mier de Oosterschelde, tot aan den westelijken hoek van den mond der haven van Zieritzee; voorts langs den westelijken dijk dier haven , tot aan het naast bj de stad gelegen wegje, verder langs hetzelve, tot aan en alsdan langs den buiten - singel dezer stad, tot aan de Nopelpoort (zoo dat de ïaven on stad van Zieritzee huiten het territoir van toezigt blijven), vau gezegde Nohelpoort der stad Zieritzee, langs den Lapachuurschen weg tot aan den ouden weg, en vervolgens langs dezen tot aan het dorp Kerkwerve, dit dorp in het territoir van toezigt opnemende.

Van daar oostwaarts langs den rijweg ten westen, voorbij het oude Kasteel, dat buiten het territoir van toezigt gelaten wordt, tot aan den ouden Schouwschendijk} voorts noordwaarts langs dezen dijk tot daar waar hg zich vereenigt met den dijk van den polder van Zonnemaire ; wijders langs laatstgemelden dijk, voorbij den molen van Zonnemaire, tot aan den dijk van den polder van Dreischor; alsdan noordwaarts langs dezen dijk tot aan den derden of grootenweg, en vervolgens langs dien weg tot aan het dorp Dreischor, het dorp in het territoir van toezigt opnemende.

Van daar zuidwaarts, voorbij het slot Windenburg, langs den boogaardweg tot aan den Zuiddijl; voorts langs dezen dijk, tot aan hel. veer aan het Dijhwater, genaamd de Beider; van dit veer, in eene regte lijn , kmssende het Dakwater over, op den dijk van den