is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van dat huis , in eene regte lijn , op liet 2ooge* raamde Maarhuis, bewoond door Willem Ewes Zuiderhof, aan het Maar, 't geen van het kleine Meethuizermeer, naar Farmsum leidt; van dat huis, in eene regte lijn op de behuizing van Michiel Folherts, in de Weiwertermeeden.

Van die behuizing, mede in eene regte lijn , op den zoogenaamden A7ieuhuister Watermolen, bewesteu Lalleweer, bewoond door Jan Harms Dijk, en staande aan de Maar laan , zoo dat de behuiziug bij den Watermolen , in het territoir van toezigt valt.

Van dien molen , langs de Molensloot, de schcidsloot tusschen de landen van Lammert Jacobs Hekman en Heerke Jans , en de scheidsloot, bewesten het land van Herhe Kugel, tot aan den noorderriijk van het zoogenaamde TermunterzijIdiep, dwars dooide zoogenaamde Kooilaan.

Van dit punt, in eene regte lijn, dwars over dat Zij idiep, op den Zuiderdijk en langs denzelven, tot aan de Klijve of sluis van het Oude Maar, alwaar de linie aan de zeezijde eindigt, en zijnde tevens het punt , alwaar de linien aan de landzijde van 5,5oo ellen ea die van 22,000 ellen aanvangen.

Art. 2.

GRONINGEN.

Aan de landzijde begiut de binnen-linie in art. 177