is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1823, 01-01-1823

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE AFDEELING.

Van de voogdij van hinderen welke in eenig geslicht zijn opgekomen.

29. Kinderen, welke in eenig gesticht van weldadigheid, hoe ook genaamd, zijn opgenomen, staan onder de voogdij van de regenten van dat gesticht.

ACHTSTE AFDEELING.

Van den toczienden voogd.

50. In elke voogdij zal een toeziende voogd zijn, welke zal worden benoemd door den kantons-regter, overeenkomstig de bepalingen der 6e. afdeeling van dezen titel,

51. De voogden, welke in de oe., 4e. en 5e. afdeeling van dezen titel zijn aangeduid, zijn verpligt, om, alvorens de voogdij te aanvaarden eenen toezienden voogd te doen benoemen; bij gebreke van dien kunnen zij uit de voogdij worden ontzet, onverminderd de schadevergoedingen aan den minderjarigen toekomende.

02. Wanneer de voogdij door den kantons-regter is opgedragen, zal de benoeming van den toezienden