is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1823, 01-01-1823

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besturen , zal moeien verstaan worden ook van de Voorsz. kollegien gezegd te zijn, onverminderd het aldaar vermeld beroep aan de provinciale Staten; dat bij de gemelde wet van 17 Februari 1815, de regterlijke magt is uitgesloten van de beoordeeling van alle ten onregte of verkeerdelijk gedirigeerde executien, en dat alzoo de geschillen over het invorderen der lasten door de adminislrative magt moeten worden beslist, welk beginsel ook bevestigd is, bij Ons besluit Van den 16<lea Juli 1820 (staatsblad n°. 16) ; dat de aangevangene executie door den Penningmeester van het heemraadschap van de Marl en Dintel tegen den huurder van de landen van den Graaf de Merode TVesterloo, geene andere bedoeling had dan de betaling van omslagen, en derhalve de kennisgeving over het geschil, hetgeen over deze executie kon ontstaan, zonder twijfel, aan de adminislrative magt behoorde; — dat eindelijk de exceptien in deze niets ter zake doen, daar het buiten tegenspraak is dat exceptien tegen eene actie gemaakt, de natuur van die actie niet veranderen, noch het gevolg kunnen hebben om de actie zelve aan de kennisneming van de bevoegde magt te onttrekken;

Hebben goedgevonden en verstaan te verklaren, dat de bovengemelde zaak niet behoort tot de kennisneming van den Regter, maar administrativelijk zal moeten worden afgedaan.