is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1823, 01-01-1823

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geringe cn met den aard en liet gewigt des wanbetlrijfs ongeëvenredigde straffen, welke bedreigd ziju bij art. 16 en 17 van zeker reglement voor de toenmalige departementen van de Schelde, de tnondert van de Schelde , de Letje , de beide Nethen , de monden van den R ijn en de fflioer , bij decreet van 16 December 1811 vastgesteld;

Overwegende, dat tegen dergelijke wanbedrijven of misdaden, bij het lijfstraffelijk wetboek straffen zijn bedreigd, welke even zeer binnen de bovengenoemde gewesten, als m de overige provinciën des Rijks toepasselijk zijn ;

Op de rapporten van Onze Ministers van Binnenlandsche Zaken en Waterstaat en van Justitie , respectivelijk van den 5dx'a en Februari 11., R. 16, n°. 21 w en litt. F 3;

Den Raad van State gehoord y

Gezien het nader rapport van Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandsclie Zaken en Waterstaat, van den 2;rsten Mei 11. , n°. 227;

Den Raad van State nader gehoord ;

Hebben besloten en besluiten :

Bij alteratie van art. 16 en 17 van het reglement van 16 December 1811, zullen de genen, welke zich schuldig maken aan het rooven van materialen op de dijken geplaatst, of in de voorraads-magazijnen voorbanden, of van materialen tot dijkwerken gehoorende su daarvan een gedeelte uitmakende, aan Onze Ofli-