is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1824, 01-01-1824

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14. Elk mede - eigenaar mag tegen den gemeenen mnur aanbouwen , en in denzelven tot op de helft deidikte , balken, ribben , ankers of andere ijzer- of houtwerken doen plaatsen, mits de muur zelve daardoor geenc schade Jijde.

15. Ieder mede-eigenaar mag den gemeenen scheidsmuur hooger doen optrekken, maar hij moet alleen de kosten van verhooging dragen, mitsgaders de reparatien j'»t onderhoud van hetgeen zich boven de hoogte der gemeene scheiding bevindt, en bovendien de vergoeding der schade, die door de zwaarte veroorzaakt wordt, naar evenredigheid van den last, en volgens de waarde.

Indien de gemeene scheidsmuur niet in staat is om de verhooging te dragen , moet degene, die den muur wil optrekken, denzelven voor zijne kosten geheel op nieuw doen opbouwen, en de meerdere dikte moet van den grond aan zijnen kant afgenomen worden.

16. Ieder mede-eigenaar van eenen gemeenen scheidsmuur, mag op het gedeelte hetwelk hem toebehoort, eene goot leggen , en het water doen uitloopen, hetzij op zijn erf, hetzij op den openbaren weg , indien zulks niet bij de wetten of verordeningen verboden is.

17. De mede-eigenaar des niuurs, welke niet lot de verhooging heeft bijgedragen , kan den mede-eigendom dier verhooging verkrijgen, mits betalende de helft van de gemaakte onkosLen, mitsgaders de helft der waarde