is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1824, 01-01-1824

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijne naburen geene regtstrecksche lichten of vensters hebben, waardoor men op eens anders erf ziet, noch balkons of andere dergelijke vooruit springende werken t ten zij er een afstand van 20 palmen worde gelaten, tusschen den muur waarin men zoodanige werken maakt, en het erf.

25. Ter zijde of in de schuinte mag men op het erf van zijn nabuur geene lichten hebben, ten zij op eenen qftand van vijf palmen.

26. De afstand, waarvan in de twee voorgaande artikelen gesproken is, wordt gerekend van den buitenkant van den muur in welken de opening gemaakt wordt, en indien er balkons of soortgelijke uitstekende werken zijn, van dcrzelver buitenste rand tot aan de scheidslinie der beide erven.

27. De bepalingen in art. 11, tot en met art. 26 vei vat-,, zijn toepasselijk op iedere afsluiting van hout, dienende tot scheiding tusschen gebouwen, open plaatsen en tuinen.

28. Wanneer het tot reparatie Van eenig gebouw

rjnnrlznkf'lnk ic nm ~ 7 _ 1

^grona yau ucu uaDuur

eenig steigerwerk te plaatsen, of daarover te gaan om bouwstoffen aantebrengen, is de eigenaar van dien grond verpligt zulks te diüden, behoudens schadeloosstelling, indien daartoe redenen voorhanden zijn.

A 5