is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1824, 01-01-1824

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. Dc wet slaat geen acht, noch op den aard, noch op den oorsprong der goederen, om de erf-opvolging in dezelve te regelen.

21. Alle erfenissen welke hetzij geheellijk, hetzij voor een gedeelte aan bloedverwanten in de opgaande of zijdlinie te beurt vallen , worden ia twee gelijke deelen gekloofd, waarvan het eene van de nabestaanden in de vaderlijke en het andere aan die in de moederlijke linie te beurt valt, behoudens de bepalingen in art. 25 en 26 voorkomende.

De erfenis kan nimmer uit de eene linie tot de andere overgaan, dan wanneer er in ééne der beide linien, noch bloedverwant in de opgaande linie, noch zijdmaag gevonden wordt.

22. Deze eerste verdeeling tusschen de vaderlijke en moederlijke linien daargesteld zijnde , heeft er geene verdere kloving tusschen de onderscheidene takken plaats , maar- de helft, aan iedere linie te beurt gevallen, behoort aan den erfgenaam, of de erfgenamen welke den overledenen het naast in graad bestaan, behoudens bet geval van plaatsvervulling.

TWEEDE AFDEELING.

Van de erfopvolging in de wettige nederdalende, opgaande en zijdlinie.

20. De kinderen of hunne afstammelingen erven van

A 4