is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1824, 01-01-1824

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelaten ; en in dal geval vallen aan deze laatstgemelden, de twee overige vierde gedeelten te beurt,

26. Wanneer de vader of moeder van iemand, zonder ïakomelitgen overleden, vóór hem gestorven is, zal de langstlevende de helft der nalatenschap bekomen , indien de overledene slechts éénen broeder of ééno luster achterlaat; één derde indien hij twee achtergelaten heeft, en een vierde gedeelte indien er meerdere broeders of zusters achtergebleven zijn. —De overige dec'en vallen aan de broeders en zusters te beurt.

27. Indien vader en moeder van eenen persoon, ■welke zonder nakomelingschap gestorven is, vooroverleden zijn, worden de broeders en zusters tot de gcheele erfenis geroepen , met uit>luiting der bloedverwanten in de opgaande linie, en der overige zijdmagen.

28. De verdeeling van al hetgeen volgens de bepalingen der hier bovenstaande aitikelen aan de broeders en zusters toekomt, geschiedt onder hen in gelijke dceIen, indien zij allen van hetzelfde bed zijn : doch indien zij uit verschillende huwelijken zijn voortgesproten, wordt hetgeen zij erven, in twee gelijke deelen tusschen de vaderlijke en moederlijke linien des overledenen verdeeld : de volle broeders en zusters bekomen hun deel in beide de linien, en die van halven bedde slechts ia du linie tot wdke zij behooren.

indien er niet dajj bajvc broeders of zusters vau

A 5