is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1824, 01-01-1824

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ténen kant slechts zijn achtergebleven, bekomen zij de geheele nalatenschap, met uitsluiting van alle andere bloedverwanten in de andere linie.

29. Bij gebreke aan broeders en zusters, en ook asn nabestaanden ia eene der beide opgaande linien, komt de nalatenschap voor de eene helft aan de in leven zijnde bloedverwanten in de opgaande linie, en voor de wederhelft aan de naaste bloedverwanten in de andere linie.

Bij gebreke van broeders en zusters en van nabestaanden in beide opgaande linien, worden in iedere zijdlinie de naaste bloedverwanten ieder voor de helft tot de erfenis geroepen.

Indien er in dezelfde zijdlinie bloedverwanten van denzelfden graad gevonden worden, deelen zij onder elkander bij hoofden, behoudens de bepaling van art. 16.

50. In het geval bij het eerste lid van het vorige artikel vermeld , heeft de langstlevende vader of moeder, het vruchtgebruik der goederen , waarvan hij den eigendom niet erft.

51. Onder de benaming van broeders en zusters, in deze afdeeling voorkomende, worden steeds de wettige afstammelingen van ieder hunner begrepen.

32. Bloedverwanten, welke den overledenen verder dan in den twaalfden graad bestaan, erven niet.

Indien in de eene linie geene bloedverwanten van den