is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1824, 01-01-1824

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of andere soortgelijke tot liet erf behoorenuc grondspecien, ten ware de ontginning reeds mogt zijn aangevangen, toen zijn regt is geboren.

4. De boomen , welke gedurende het erfpacht— regt sterven, of door een toeval worden omgeworpen , komen ten voordeele van den erfpachter, mits hij andere in derzelver plaats stelt.

Hij heeft insgelijks de vrije beschikking over alle beplantingen, door hem zelve aangelegd.

5. De grond-eigenaar is tot geenerlei reparatie gehouden.

Daarentegen is de erfpachter verpligt om het in erfpacht uitgegeven goed te onderhouden, en daar aan de gewone reparatien te doen.

Hij mag door het stellen van gebouwen of door het ontginnen of beplanten van gronden, het erf verbeteren.

6. Hij is bevoegd, om zijn regt te vervreemden, met hypotheek te belasten, eu den grond in erfpacht uiigrgeven, met dienstbaarheden te bezwaren voor het ujdvak van zijn genot.

7. Bij het eindigen van zijn regt kan hij wegnemen al zoodanige door hem gestelde gebouwen of gemaakte beplantingen , waartoe hij, uit kraclite der overeenkomst niet gehouden was ; doch is verpligt de schade te vergoeden, welke door dat wegnemen aan den grond mogt vooroorzaakt zijn .

A. 2