is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1824, 01-01-1824

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken was, ten ware die giften liet wettelijk erfdeel vaij zijne mede-erfgenamen mogten hebben te kort gedaan.

26. De ouders behoeven de giften niet intcbrengen die aan bun kind gedaan zijn.

Op gelijke wijze behoeft een kind, dat uit ei-.cn hoofde de erfenis beurt, niet intebrengen de aan zijne ouders gedane gift.

Daarentegen moet het kind, dat slechts bij plaatsvervulling de erfenis beurt, de giften inbrengen die aan zijne ouders gedaan zijn^ zelfs ingevalle liet kind van de nalatenschap zijner ouders m.qgt hebben afgezien.

27. Giften, welke aan den eenen echtgenoot door een der ouders van den mede-echtgenoot gedaan zijn, zijn zelf voor de helft niet aan inbreng onderworpen , al ware het oók cl a f de geschonken voorwerpen in de gemeenschap vielen.

Indien de giffen gezamenlijk aan de' beide eqhtgenooten, door den vader of de moedir vanéén huiini r gedaan zijn, moet Jaatstgemelde de hcift inbrengen.

Wanneer de giften aan den echtgenoot door zijnen eigen vader of móeder gedaan zijn, moet hij dezelve Voor het geheel inbrengen.

2r8. Ce inbrcn'g geschiedt alleen ten behoeve van de nalatenschap des schenkers.

Dezelve is slechts door den eenea erfgenaam aan firn anderen verschuldigd.