is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1824, 01-01-1824

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In aanmerking nemende: dat doör Onzen Minister van Financien, op den 8£'™ December 1823, aan den Voorzitter der Tweede Kamer van de StatenGeneraal officieel is kennis gegeven van eene verandering in het ontwerp van wet, tot vaststelling der middelen tot bestrijding van de uitgaven, begrepen in de tweede afdeeling der begrooting over den jare 1824, in dier voege, dat § ƒ van het artikel alleen zoude inhouden de woorden « vijftien en « eene halve opcenten op al de directe belastingen, indi« recte belastingen enaccijnsen , waarvan de heffing bij de « wet van den 1 oden Juli 1821 is bepaald »met weglating alzoo van het overige van dat artikel ; dat die Weglating naar aanleiding van voorsz. kennisgeving ook werkelijk bij de griffie der Tweede Kamer in het oorspronkelijk ontwerp geschied en vervólgens door Onzen Secretaris van Staat gewaarmerkt is;

Dat het aldus veranderd ontwerp, na de raadplegingen der Tweede Kamer over hetzelve, is voorzien geworden van het formulier van aanneming bij art. 109 der grondwet voorgeschreven, en daarna aan de Eerste Kamer is gezonden ;

Dat de Eerste Kamer, alleen dat veranderd ontwerp officieel ontvangen, en daarop, Da overweging, heeft gesteld het formulier van aanneming bij art. ui der grondwet bepaald;

Dat vervolgens het meergemeld ontwerp door Ons is afgekondigd met het formulier bij art. 120 der

A 1