is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1824, 01-01-1824

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestemming dadelijk zal kunnen worden ingetrokken, als wanneer ook het voortzetten dier fabrijk of trafijk dadelijk zal moeten ophouden, alles behoudens hooger beroep.

7. Wanneer eene fabrijk of trafijk , hiervoren in art. 1, 2 en .-> vermeld, of welke ia het vervolg nader door Ons zal worden aangeduid , als onder dezelve te behooren, mogt worden opgerigt, zoo mede wanneer in de gevallen, voorzien bij art. 6 van de voorwaarden der toestemming tot de oprigting eener fabrijk of trafijk mogt worden afgeweken , en de aanschrijving, vermeld in laatstgemeld artikel , binnen den be; aaiden tijd niet mogt zijn nagekomen, zullen de plaatselijke besturen dadelijk den voortgang van dergelijke fabrijken of tiafijken verbieden, en, ingevJlp dit verbod niet werd geëerbiedigd, bevoegd zijn om zoodanige admit istrative maatregelen, als dan- is de sluiting der fabrijk of trafijk en verzegeling of buiten werking-stelling der werktuigen daartoe dienende, tot handhaving van herdane Ter bod te nemen, als die besturen als administratie magt onder hun bereik hebben; terwijl daarenboven deoverti eders voor de bevoegde regtbanken zullen worden gebragt, om overeenkomstig art. 1 der wet van 6 Maart löj.tf (staatsblad r,q. /a) te worden gestraft.

. 8' InS«val van oprigting of verandering van inrigU g van fabrijken, traüjken enz. , daar, waar dezelve geheel bevoegdelijk kunnen worden daargesteld of uitgeoefend , zullen er niettemin, wanneer cenige zeer bijzondere redenen , uit het lokale van het punt der

A 4