is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1824, 01-01-1824

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of weigeringen van de provinciale of plaatselijke besturen ten deze, en dus de zaak uit het gezigtpunt van policie beschouwd, en tegen dezelve besturen, zoude veimeenen te hebben, zullen alléén aan de hoogere administrative autoriteit, en des noods aan Ons kunnen worden onderworpen, ten einde Wij deswege zoodanige nadere bepalingen kunnen maken als de zaken vorderen.

12. In de gevallen, waarbij de zekerheid en Veiligheid van eenige zee- of rivier-waterkeerende dijk-sluisen andere waterwerken, of van publieke wegen en bruggen , regtstreeks of zijdelings ia aanmerking komen, zal, voor zoo verre het beheer of onmiddellijk toezigt daarover door het Ministerie van Binnenlandsche Zaken en Waterstaat wordt uitgeoefend , door Gedeputeerde Staten of de plaatselijke besturen, respectivelijk, geene vergunning tot oprigting of verandering van inrigting worden verleend , dan nadat alvorens door Gedeputeerde Staten , hetzij regtstreeks , hetzij op het verz _>ek van het plaatselyk bestuui*, het gevoelen van het opgemelde ministerie, uit het ten deze bedoelde oogpunt zal zijn gevraagd en bekomen, (waarvan in de te nemen beschikking zal moeten blijken) en voorts met, dan in oveieenstemmiDg niet dat gevoelen en met in achtneming van de bepalingen van voorzorg, welke door dat ministerie mogten worden opgegeven, ten ware de opvolging van dat gevoelen , aan bedenkelijkheid of bezwaar bij de disponerende autoriteit mogt onderhevig zijn , als wanneer de zaak aau Ons zal worj den voorgedragen.

Voor 7,00 verre over de werken, wegen en bruggen,