Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongevallenwet 1922, een tijdelijke uitkeering of een rente, berekend naar een verlies aan arbeidsgeschiktheid van 70 ten honderd of meer, ontvangt, hetzij krachtens de Zeeongevallenwet 1919 een uitkeering, berekend naar een verlies aan arbeidsgeschiktheid van 70 ten honderd of meer ontvangt, hetzij krachtens de verplichte verzekering, geregeld bij de Ziektewet, ziekengeld ontvangt, moet hij zijn verzoek om een aanvraagformulier ter verkrijging van een kinderbijslagboekje richten tot den Raad van Arbeid, binnen wiens gebied hij zijn woonplaats heeft, tenzij de arbeider ziekengeld ontvangt van een bedrijfsvereniging. in welk geval het verzoek moet worden gericht tot het kinderbijslagfonds dier bedrij fsvereeniging.

3. Ten aanzien van den arbeider, die op den eersten werkdag na 10 October noch in dienst van een werkgever is, noch een uitkeering krachtens een der Ongevallenwetten of de Ziektewet, als in het vorige artikel omschreven, ontvangt, vindt het bepaalde in dat artikel overeenkomstige toepassing, zoodra hij in loondienst werkzaam is, dan wel in het genot van een zoodanige uitkeering komt.

4. Het aanvraagformulier wordt binnen zeven dagen na ontvangst volledig ingevuld en onderteekend ingezonden bij het kinderbijslagfonds, dat het formulier heeft verstrekt. Indien op het formulier ook kinderen zijn vermeld van zestien, zeventien, achttien, negentien en twintig jaar, die op 1 October het dagonderwijs volgden aan een inrichting voor algemeen vormend- of vakonderwijs, moet ten bewijze daarvan een verklaring van het hoofd dier inrichting worden overgelegd.

5. Het kinderbijslagfonds laat de op het aanvraagformulier voorkomende opgave omtrent de op' 1 October tot het gezin van den arbeider behoorende kinderen door het gemeentebestuur van de woonplaats van den arbeider verifieeren.

6. 1. Het kinderbijslagfonds reikt vervolgens aan den daarvoor in aanmerking komenden arbeider zoo spoedig mogelijk het aangevraagde kinderbijslagboekje uit, nadat op den omslag en op de kinderbijslaglijsten zijn vermeld de naam, de voornamen, de geboortedatum en het adres van den arbeider, alsmede het aantal kinderen, waarvoor hij recht op een kinderbijslag heeft.

2. Indien de uitreiking van het kinderbijslagboekje niet tijdig kan plaats hebben, kan het kinderbijslagfonds, in afwachting daarvan, bereids de kinderbij slaglij st over het loopende kwartaal uitreiken, nadat daarop zijn vermeld de naam, de voornamen, de geboortedatum en het adres van den arbeider.

7. 1. De arbeider moet op de kinderbijslaglijst invullen den naam en het adres van eiken werkgever, bij wien hij in het desbetreffende kalenderkwartaal in dienst is geweest, alsmede de dagen, waarop hij bij den werkgever arbeid heeft verricht, of waarover hij, zonder te hebben gearbeid, van den werkgever in geld vastgesteld loon heeft ontvangen en de dagen, waarover hij een ver¬

goeding door inwisseling van vacantiebonnen heeft ontvangen. De arbeider moet voorts het van den werkgever ontvangen loon en het bedrag aan fooien of andere ontvangsten van derden, welke verband houden met ten behoeve van den werkgever verrichten arbeid, vermelden, met dien verstande, dat een arbeider, als bedoeld in den algemeenen maatregel van bestuur tot uitvoering van artikel 11, derde lid, der Kinderbijslagwet, moet vermelden het loon, dat hij ingevolge dien maatregel geacht wordt te hebben genoten.

2. De arbeider moet verder op de kinderbij slaglijst vermelden over welke dagen hij een tijdelijke uitkeering, een rente, een uitkeering of ziekengeld, als omschreven in artikel 2, tweede lid, heeft genoten, den naam van het uitvoeringsorgaan, dat die uitkeeringen, die rente of dat ziekengeld heeft verstrekt, alsmede het ongevals- of ziektenummer en het ontvangen bedrag. Tevens moet de arbeider vermelden, over welke dagen hem kinderbijslag toekomt ingevolge een kinderbijslagregeling, welke als bijzondere regeling in den zin der Kinderbijslagwet is erkend.

3. De in het eerste lid bedoelde opgaven worden door den werkgever voor accoord geteekend. Voorts vult de werkgever op de kinderbijslaglijst in den naam van het kinderbijslagfonds, waarbij hij is aangesloten, alsmede het nummer, waaronder hij bij dat fonds is aangesloten.

8. 1. Binnen zeven dagen na afloop van een kalenderkwartaal moet de kinderbijslaglijst over dat kwartaal ingevuld en onderteekend worden ingezonden bij het kinderbijslagfonds, dat de kinderbijslaglijst heeft uitgereikt.

2. Voor de arbeiders aan boord van een zeevaartuig geschiedt de. invulling en inzending van de kinderbijslaglijst door den werkgever.

3. Indien een kinderbijslaglijst of een kinderbijslagboekje in het ongereede is geraakt, kan door het kinderbijslagfonds, dat de kinderbijslaglijst onderscheidenlijk het kinderbijslagboekje heeft verstrekt^ desgevraagd een als zoodanig gewaarmerkt duplicaat worden uitgereikt.

9. 1. De uitbetaling van den kinderbijslag geschiedt telkens zoo spoedig mogelijk na afloop van een kalenderkwartaal.

2. Indien de arbeider in een kalenderkwartaal niet of niet uitsluitend verzekerd is geweest bij het kinderbijslagfonds, ten laste waarvan de kinderbijslag komt, of krachtens een der Ongevallenwetten of de Ziektewet een uitkeering, als omschreven in artikel 2, tweede lid, heeft ontvangen, gaat het kinderbijslagfonds, ten laste waarvan de kinderbijslag komt, niet tot uitbetaling over, dan nadat de overige betrokken kinderbijslagfondsen en/of de organen, door welke een uitkeering als vorenbedoeld is verstrekt, in de gelegenheid zijn geweest de desbetreffende door den arbeider gedane opgave te verifieeren. Zijn binnen tien dagen bij het kinderbijslagfonds geen bezwaren tegen de opgave van

Sluiten