Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de talons, coupons of dividendbewijzen, onderscheidenlijk, ingeval het betreft effecten als bedoeld in het tweede lid van het vorige artikel, de effecten zelf te vervangen door nieuwe, welke voldoen aan de voorschriften van art. i, hetzij aan den houder een verklaring uit te reiken van den volgenden inhoud :

„Verklaring, bedoeld in artikel 2, lid 1, en in artikel 3, lid 2, onder a van het Koninklijk Besluit inzake uiterlijke kenmerken van effecten dd (Staatsblad no. ...).

Het volgende effect hetwelk

is uitgegeven na 31 Januari 1946, is op grond van de bepalingen van het in hoofde dezes genoemde Koninklijk Besluit niet onderworpen aan de voorschriften van artikel 1 van dat besluit.

Onderteekening van de uitgevende instelling."

2. De in het vorige lid genoemde verklaring moet zijn vervat in een document, waarvoor het formulier verkrijgbaar wordt gesteld door de afdeeling effectenregistratie van den Raad voor het Rechtsherstel op door haar vast te stellen wijze en voorwaarden. Dit document, mits toegevoegd aan het coupon- of dividendblad van het effect, waaropf de in het document vervatte verklaring betrekking heeft, onderscheidenlijk, ingeval het betreft effecten als bedoeld in het tweede lid van het vorige artikel, aan dat effect zelf, geldt als uiterlijk kenmerk in den zin van artikel 2 der Wet van 30 Augustus 1946 (Staatsblad no. G 227), hpudende regeling inzake uiterlijke kenmerken van éffecten of onderdeelen daarvan.

3. 1. De afdeeling effectenregistratie van den Raad voor het Rechtsherstel is bevoegd, op grond van bijzondere omstandigheden, voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen ontheffing te verleenen van het bepaalde in artikel 1 en in artikel 2, eerste lid, alsmede den in dat lid genoemden termijn voor het vervangen van oude stukken door nieuwe, onderscheidenlijk voor het uitreiken van de daarbedoelde verklaring te verlengen tot een lateren datum dan dien der eerstvolgende coupon- of dividendbetaling.

2. Aan ontheffing van het bepaalde in artikel 1 wordt de voorwaarde verbonden, dat:

a. ingeval van uitgifte van nieuwe effecten, tenzij de afdeeling effectenregistratie anders bepaalt, aan het coupon- of dividendblad door de uitgevende instelling een document wordt toegevoegd, waarin een verklaring is vervat, als bedoeld in het eerste lid van artikel 2; het tweede lid van dat artikel is alsdan van overeenkomstige toepassing;

h. ingeval van uitgifte van nieuwe talons, coupon- of dividendbladen van reeds bestaande effecten, aan welker oude couponof dividendbladen was toegevoegd een afzonderlijk document, als bedoeld in artikel 50 van het Besluit herstel rechtsverkeer (Staatsblad no. E 100 zooals gewijzigd bij Staatsblad no. F 272), ditzelfde document

door de uitgevende instelling aan het nieuwe coupon- of dividendblad wordt toegevoegd. Dit document geldt alsdan als uiterlijk kenmerk in den zin van artikel 2 der Wet van 30 Augustus 1946 (Staatsblad no. G 227), houdende regeling inzake uiterlijke kenmerken van effecten of onderdeelen daarvan.

4. Dit besluit treedt in werking met ingang van den tweeden dag na dien van de dagteekening van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

Amsterdam, den 8sten Januari 1947.

WILHELMINA.

De Min. van Financiën, P. Lieftinck.

(Uitgeg. 21 Januari 1947.)

S. H 8

8 Januari 1947. BESLUIT tot uitvoering van artikel 11 van het Besluit Buitengewone Rechtspleging, gelijk dit artikel

' opnieuw is vastgesteld bij de wet van 18 September 1946, Staatsblad No. G 258.

Wij WILHELMINA, enz.;

Op de voordracht van Onzen Minister van Justitie d.d. 18 October 1946, 6e Afdeeling, no. 1342;

Gelet op artikel 11 van het Besluit Buitengewone Rechtspleging, gelijk dit opnieuw is vastgesteld bij de wet van 18 September 1946, Staatsblad No. G 258;

Den Raad van State gehoord (advies van 17 December 1946, no. 18);

Gezien het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van 2 Januari 1947. 6e Afdeeling, no. 1796;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Art. 1. Gerekend van 25 September 1946 wordt aan raadslieden, ingevolge het Besluit Buitengewone Rechtspleging aan verdachten toegevoegd, op den voet van de navolgende bepalingen ter zake van hun verrichtingen een toelage toegekend voor iederen verdachte, dien zij ter terechtzitting hebben bijgestaan.

2. Het bedrag van de toelage wordt voor elk geval bepaald door den voorzitter van het college, voor hetwelk de zaak dient. Zij mag een bedrag van vijfenzeventig gulden niet te boven gaan.

In gevalllen evenwel, waarin in verband met door den raadsman in het belang der zaak gemaakte reiskosten naar het oordeel van den vooritter toekenning ook van het maximum der toelage bepaaldelijk ontoereikend zou zijn, mag deze tot uiterlijk f 100 worden verhoogd.

3. De raadslieden kunnen ter zake van de hun verschuldigde toelagen, op of na den eersten dag van ieder kwartaal van het kalenderjaar declaratiën over het voorafgegane kwartaal bij het Departement van Justitie

Sluiten