Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten den naam of de initialen dragen van de fabriek, het ontvangstation of de melkinrichting.

2. Melk en/of melkproducten en als zoodanig aangeduide waren moeten, voor zoover zij worden vervoerd door of vanwege een melkveehouder of een melkverkooper naar den verbruiker, in die gemeenten, waarin burgemeester en wethouders die bij openbaar gemaakt besluit noodig hebben verklaard welk besluit de goedkeuring van den Minister, belast met de uitvoering van dit besluit, behoeft — zich bevinden in de gesloten flesschen, waarin zij den verbruiker worden afgeleverd.

Deze flesschen en de sluiting daarvan moeten voldoen aan de door burgemeester en wethouders gestelde en door Onzen voornoemden Minister goedgekeurde eischen.

Burgemeester en wethouders kunnen van dit voorschrift, onder het stellen van bepaalde voorwaarden, ontheffing verleenen.

18. De flesschen, zoowel van glas als van ander materiaal vervaardigd, waarin gepasteuriseerde melk is verpakt, moeten in gemeenten, waarvan burgemeester en wethouders dit bij openbaar gemaakt besluit noodig hebben verklaard, met een capsule deugdelijk gesloten zijn.

19. i. Melk en taptemelk en de als melk en taptemelk aangeduide waren mogen door den melkverkooper of personen, in een bedrijf van melkverkooper werkzaam, niet op eenzelfde vaar- of voertuig of rijwiel of door eenzelfden persoon gelijktijdig worden vervoerd, tenzij de verpakking, waarin zich melk of als melk aangeduide waar bevindt, van buiten geel gekleurd of van geel koper vervaardigd is en de verpakking, waarin zich taptemelk of als taptemelk aangeduide waar bevindt, van buiten voorzien is van een op de verpakking geverfden donkerblauwen band van ten minste 15 cm (0.15 m) breedte.

2. De burgemeester der gemeente, waarin het vervoer, bedoeld in lid 1 van dit artikel, plaats vindt, kan van het in het eerste lid bedoelde verbod onder het stellen van bepaalde voorwaarden ontheffing verleenen, voorzoover betreft het verVoer binnen die gemeente. Deze ontheffing luidt op naam en kan te allen tijde worden ingetrokken.

3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel mag het gelijktijdig vervoeren van melk en taptemelk met hetzelfde vervoermiddel of door denzelfden persoon in gemeenten, waarin burgemeester en wethouders zulks bij openbaar gemaakt besluit ongewenscht hebben verklaard, niet plaats hebben, tenzij door of namens burgemeester en wethouders schriftelijke vergunning is verleend. Aan het verleenen der vergunning kun. nen voorwaarden worden verbonden.

20. 1. Melk en/of melkproducten en als zoodanig aangeduide waren mogen door een melkverkooper of personen in een bedrijf van melkverkooper werkzaam, niet worden vervoerd met noch mogen deze waren aanwezig zijn op een vaar- of voertuig of rijwiel: a. dat, onverminderd het dienaangaande

bij de Trekhondenwet bepaalde, niet voorzien is van een duidelijk leesbaar en zichtbaar opschrift, aangevende met hoofddrukletters van ten minste 2 cm hoogteen eenlijndikte van ten minste 2 mm, den naam, de voorletters en de woonplaats (straat en gemeente) van den melkverkooper voor wiens rekening de melk wordt vervoerd of verkocht — indien de melkverkooper een rechtspersoon is, den naam van den rechtspersoon en de plaats waar zijn bedrijf gevestigd is —; andere geslachtsnamen mogen noch op het vaar- of voertuig of rijwiel, noch op of aan de zich daarop bevindende waren en/of voorwerpen voorkomen, tenzij op waren in een verpakking, waarin zij aan den verbruiker kunnen worden afgeleverd. Het opschrift mag niet door vegen zijn uit te wisschen en moet bestand zijn tegen afwasschen met warm water;

b. waarmede tegelijkertijd worden vervoerd of waarop aanwezig zijn water of niet voor den handel of voor gebruik door menschen bestemde melk of melkproducten — tenzij voorzien van het opschrift „veevoeder", waarvan de letters voldoen aan het bepaalde in artikel 16 — of mengsels, bestaande uit twee of meer der volgende vloeistoffen: wflter, melk, gedeeltelijk ontroomde melk, taptemelk, karnemelk, behoudens het bij de artikelen 12 en 15 bepaalde.

2. Melk en/of melkproducten en als zoodanig aangeduide waren mogen bij een melkverkooper niet ten verkoop aanwezig zijn in ruimten, waar tevens aanwezig zijn niet voor den handel of voor gebruik door menschen bestemde melk of melkproducten, of mengsels, bestaande uit twee of meer der volgende vloeistoffen: water, melk, gedeeltelijk ontroomde melk, taptemelk, karnemelk, behoudens het bij de artikelen 12 en 15 bepaalde.

3. Melk, taptemelk, room, koffieroom, slagroom en de met deze waren samengestelde melkproducten, alsmede de als zoodanig aangeduide waren, mogen niet worden vervoerd of ten verkoop aanwezig zijn in een verpakking van een inhoudsmaat van ten hoogste 2 liter, welke kennelijk bestemd is om met den inhoud aan de verbruikers te worden overgegeven, tenzij de waar, op de wijze als in artikel 13 bedoeld, is aangeduid als gepasteuriseerd of als gesteriliseerd, of de verpakking is voorzien van een aanduiding als bedoeld in artikel 13, lid 6, of in letters van ten minste 4 mm hoogte op duidelijk zichtbare en leesbare wijze het opschrift draagt: „Inhoud voor gebruik te koken".

4. Het is den melkverkooper verboden toe te laten, dat met vervoermiddelen, waarop zijn naam, overeenkomstig het in lid 1, onder a, bepaalde, is aangebracht, melk en/of melkproducten of als zoodanig aangeduide waren worden rondgevent of afgeleverd door personen, die niet in zijn dienst zijn, tenzij deze personen behooren tot de leden van zijn gezin.

21 1. Voor de bereiding of vervaardiging van taptemelk door of vanwege hem, die het bedrijf van melkverkooper of melk-

Sluiten