Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welker gebied een gedeelte van de groeve is of zal zijn gelegen. Deze besturen brengen deze mededeeling ten spoedigste op de in hun gemeenten gebruikelijke wijze ter openbare kennis en geven hiervan, met vermelding van de dagteekening, bericht aan eerstgenoemd gemeentebestuur.

5- i. Het verzoek met de bijlagen blijft ter inzage ligggn gedurende een maand na de dagteekening van de in het vorig artikel bedoelde kennisgevingen.

2. Gedurende dien tijd kunnen bezwaren tegen de voorgenomen ontginning of ander gebruik der groeve schriftelijk worden ingediend bij het bestuur der gemeente, waar de stukken ter inzage liggen.

6. Na het verstrijken van den in het vorig artikel bedoelden termijn zendt het gemeentebestuur het verzoek met bijlagen en bezwaarschriften, vergezeld van een verklaring, dat aan het bepaalde in de artikelen 4 en 5 is voldaan en met bijvoeging van zijn advies, aan den Inspecteur-Generaal der Mijnen.

7. 1. De Inspecteur-Generaal der Mijnen brengt zijn beschikking op het verzoek onverwijld schriftelijk ter kennis van den aanvrager, onder bijvoeging van een door hem gewaarmerkt exemplaar van de in artikel 3, tweede lid, onder a, bedoelde kaart. Afschrift van de beschikking zendt hij aan Gedeputeerde Staten en aan de betrokken gemeentebesturen.

2. Voor zoover de vergunning wordt geweigerd, dan wel voorwaardelijk wordt verleend of voor korteren tijd dan waarvoor zij werd aangevraagd, wordt de beschikking met redenen omkleed.

8. 1. De vergunning is van kracht voor den vergunninghouder en zijn rechtverkrijgenden, behoudens het bepaalde in het derde en vierde lid.

2. Bij overgang of overdracht van de vergunning is de nieuwe vergunninghouder verplicht daarvan onverwijld kennis te geven aan den Inspecteur—Generaal der Mijnen, die de vergunning ten name van den nieuwen vergunninghouder stelt.

J.' Evenwel kan een vergunning, welke was verleend aan den eigenaar van den grond, waaronder de groeve zich uitstrekt of zal uitstrekken, niet overgaan op of worden overgedragen aan een nieuwen vergunninghouder dan met den eigendom van dien grond, tenzij de eigenaar van den grond hem voor den tijd van tenminste vijftien jaren of voor den duur der vergunning, indien deze korter is, toestemming verleent voor de ontginning of het gebruik van de groeve.

4. Ontginning of ander gebruik van de groeve bij wijze van verpachting is slechts geoorloofd met toestemming van den Inspecteur-Generaal der Mijnen.

9- i. Onverminderd hetgeen bij of krachtens dit Reglement aan anderen is voorgeschreven, is de vergunninghouder verplicht zorg te dragen voor de naleving van de bij of krachtens dit Reglement gegeven voor¬

schriften, behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel.

2. Indien de vergunninghouder een naar het oordeel van den Inspecteur-Generaal der Mijnen voldoende deskundig bedrijfsleider of opzichter heeft aangewezen, die belast is met de zorg voor de naleving van de in het vorig lid bedoelde voorschriften en de Inspecteur-Generaal der Mijnen deze aanwijzing schriftelijk heeft aanvaard, is die bedrijfsleider of opzichter verplicht voor de naleving van die voorschriften zorg te dragen en vervalt de verplichting van den vergunninghouder.

3. In het geval, bedoeld in artikel 8, vierde lid, rust de verplichting, bedoeld in het eerste lid, met uitsluiting van den vergunninghouder, op dengene, die de groeve met toestemming van den Inspecteur-Generaal der Mijnen ontgint of in gebruik heeft.

10. 1. Het in artikel 7, eerste lid, bedoelde gewaarmerkte exemplaar moet te allen tijde op aanvrage ter inzage worden verstrekt aan de ambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen. Ten minste éénmaal per jaar en wel in den loop van het eerste kwartaal, moet dit exemplaar, evenals het bij het Staatstoezicht op de Mijnen berustende exemplaar, worden bijgewerkt; indien in den loop van het laatst afgeloopen kalenderjaar geen ontginningswerkzaamheden hebben plaats gehad, moet hiervan in den loop van het eerste kwartaal van het eerstvolgend kalenderjaar op genoemde exemplaren aanteekening worden gehouden.

2. Indien door den Inspecteur-Generaal der Mijnen fouten of nalatigheden in bedoelde gewaarmerkte exemplaren worden aangetroffen, moeten binnen een door hem te stellen termijn de voorgeschreven aanvullingen en veranderingen zijn aangebracht.

3. Het bijwerken van het bedoelde gewaarmerkte exemplaar kan desgevraagd na voorafgaande betaling der kosten, voor elk geval afzonderlijk door den Inspecteur-Generaal der Mijnen te bepalen, geschieden door het Staatstoezicht op de Mijnen.

11- 1. Van iedere aanwijzing van een bedrijfsleider of opzichter en van elk ontslag van zulk een persoon moet onmiddellijk schriftelijk kennis worden gegeven aan den Inspecteur-Generaal der Mijnen.

2. Bij gebleken ongeschiktheid of onbetrouwbaarheid moet de bedrijfsleider of opzichter onverwijld van de hem opgedragen taak worden ontheven, met onmiddellijke schriftelijke mededeeling aan den Inspecteur-Generaal der Mijnen.

12. De vergunninghouder is verplicht zorg te dragen, dat op een door den Inspecteur-Generaal der Mijnen goed te keuren plaats een groevenboek aanwezig is, waarin de ambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen hun bezoeken kunnen aanteekenen, zoomede de opmerkingen, waartoe die bezoeken hun aanleiding hebben gegeven.

13. In de groeve mogen geen werkzaamheden worden verricht door andere personen,

Sluiten