Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dent, vice-president of lid van of procureurgeneraal of advocaat-genera'al bij den Hoogen Raad, noch president of lid van de Algemeene Rekenkamer, noch Commissaris des Konings in eene provincie.

Nochtans kan een Minister, bij eene verkiezing tot lid der Staten-Generaal gekozen, ten hoogste drie maanden na zijne toelating als lid het ambt van Minister en het lidmaatschap der Staten-Generaal vereenigen.

De wet regelt voor zooveel noodig de gevolgen van de vereeniging van het lidmaatschap van eene der beide Kamers met andere dan de in het eerste lid uitgesloten, uit 's Lands kas bezoldigde ambten.

Krijgslieden in werkelijken dienst, het lid- * maatschap van eene der beide Kamers aanvaardende, zijn gedurende dat lidmaatschap van rechtswege op non-activiteit. Ophoudende lid te zijn, keeren zij tot den werkelijken dienst terug.

100. De leden der Staten-Generaal, alsmede de ministers, de commissarissen bedoeld in artikel 113, tweede lid, en de ambtenaren, bedoeld in artikel q, eerste lid. zijn niet gerechtelijk vervolgbaar voor hetgeen zij in de vergadering hebben gezegd of aan haar schriftelijk hebben overgelegd.

101. Voor zoover de wet niet anders bepaalt, onderzoekt elke Kamer de geloofsbrieven harer nieuw inkomende leden, en beslist de geschillen, welke aangaande die geloofsbrieven of de verkiezing zelve oprijzen, volgens regels door de wet te stellen.

102. Elke Kamer benoemt haar griffier.

Deze mag niet tegelijk lid van een der Kamers zijn.

103. De Staten-Generaal komen ten minste eenmaal 's iaars te zamen.

Hunne gewone zitting wordt geopend op den derden Dinsdag in September.

De Koning roept eene buitengewone zitting bijeen, zoo dikwijls hij zulks noodig oordeelt.

104. De afzonderlijke vergaderingen der beide Kamers en evenzoo de vereenigde vergaderingen worden in het openbaar gehouden.

De deuren worden gesloten, wanneer een tiende gedeelte der aanwezige leden het vordert of de Voorzitter het noodig keurt.

De vergadering beslist, of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd.

Over de punten in besloten vergadering behandeld, kan daarin ook een besluit worden genomen.

105. Is bij overlijden des Konings of bij afstand van de Kroon de zitting gesloten, dan vergaderen de Staten-Generaal zonder voorafgaande oDroeping.

Deze buitengewone zitting wordt op den vijfden dag na het overlijden of na den afstand geopend. Zijn de Kamers ontbonden, dan vangt deze termijn aan van den afloop der nieuwe verkiezingen.

106. De zitting der Staten-Generaal wordt in vereenigde vergadering der beide Kamers door den Koning of door eene commissie van zijnentwege geopend. Zij wordt op de¬

zelfde wijze gesloten, wanneer hij oordeelt, dat het belang van den Staat niet vordert haar te doen voortduren.

De gewone jaarlijksche zitting duurt ten minste twintig dagen, tenzij de Koning gebruik make van het recht in artikel 75 omschreven.

107. Bij ontbinding van eene der Kamers of van beide sluit de Koning tevens de zitting der Staten-Generaal.

108. De Kamers mogen noch afzonderlijk noch in vereenigde vergadering beraadslagen of besluiten, zoo niet meer dan de helft der leden tegenwoordig is.

109. Alle besluiten over zaken worden bij volstrekte meerderheid der stemmende leden opgemaakt.

Bij staken van stemmen wordt het nemen van het besluit tot eene volgende vergadering uitgesteld.

In deze, en evenzoo in eene voltallige vergadering, wordt, bij staken van stemmen, het voorstel niet geacht te zijn aangenomen.

De stemming moet geschieden bij hoofdelije oproeping, wanneer één der leden dit verlangt en alsdan mondeling.

110. De stemming over personen voor de benoemingen of voordrachten in de Grondwet vermeld, geschiedt bij besloten en ongeteekende briefjes.

De volstrekte meerderheid der stemmende leden beslist; bij staken van stemmen beslist het lot.

111. Bij eene vereenigde vergadering worden de beide Kamers als slechts ééne beschouwd en nemen hare leden, naar willekeur, door elkander plaats.

De Voorzitter der Eerste Kamer heeft de leiding der vergadering.

VIJFDE AFDEELING.

Van de wetgevende macht.

112. De wetgevende macht wordt gezamenlijk door den Koning en de Staten-Generaal uitgeoefend.

113. De Koning zendt zijne voorstellen, hetzij van wet, hetzij andere, aan de Tweede Kamer bij eene schriftelijke boodschap of door eene commissie.

Hij kan aan bijzondere door hem aangewezen commissarissen opdragen de ministers bij het behandelen van die voorstellen in de vergaderingen der Staten-Generaal bij te staan.

114. Aan de openbare beraadslaging over eenig ingekomen voorstel des Konings gaat altijd een onderzoek van dat voorstel vooraf.

De Kamer bepaalt in haar Reglement van Orde de wijze, waarop dit onderzoek zal worden ingesteld. *

115. De Tweede Kamer alsmede de vereenigde vergadering der Staten-Generaal heeft het recht wijzigingen in een voorstel des Konings te maken.

116. Wanneer de Tweede Kamer tot aanneming van het voorstel, hetzij onveranderd, hetzij gewijzigd, besluit, zendt zij het aan de Eerste Kamer met het volgende formulier:

Sluiten