Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1946, zoomede van andere gegevens, welke voor de uitvoering van deze wet noodig of van nut kunnen zijn.

(2) Tenzij de inspecteur een aangiftebiljet heeft uitgereikt, behoeft geen aangifte te worden gedaan, indien het zuiver vermogen minder dan f 8000 bedraagt.

(3) Het formulier van het aangiftebiljet wordt vastgesteld door Onzen Minister van Financiën; van de vaststelling wordt mededeeling gedaan in de Nederlandsche Staatscourant.

(4) De aangifte moet duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden gedaan en wel binnen drie maanden nadat voormelde mededeeling is gedaan, of, bij uitreiking van een aangiftebiljet, binnen een maand na de uitreiking van het aangiftebiljet. De termijn voor het inleveren van een aangiftebiljet kan door den inspecteur worden verlengd.

(5) Indien de aangifte wordt gedaan voordat voorschriften zijn afgekondigd, als bedoeld zijn in artikel 13, worden zaken bezeten in vruchtgebruik, zaken in blooten eigendom en lijfrenten voorloopig gewaardeerd overeenkomstig artikel 47 der Successiewet.

(6) De verplichting tot het doen van aangifte rust op den belastingplichtige, met dien verstande, dat zij rust:

a. ten aanzien van een belastingplichtige, die een wettelijken vertegenwoordiger heeft, op dezen vertegenwoordiger;

b. ten aanzien van een overleden belastingplichtige op eiken erfgenaam, den executeur-testamentair en den bewindvoerder over de nalatenschap;

c. ten aanzien van een lichaam, als bedoeld is in artikel 3, op ieder van de bestuurders en ieder van de vereffenaars.

(7) Komt een van de onder c genoemde bestuurders of vereffenaars de verplichting na, dan zijn de overige bestuurders of vereffenaars er van ontheven.

(8) Een aangifte kan namens hem, die ertoe gehouden is, door een ander worden onderteekend, mits krachtens bij de aangifte overgelegde volmacht of krachtens vergunning van den inspecteur.

(9) Bij het inleveren van een aangifte ter inspectie wordt desverlangd een bewijs van ontvangst verstrekt.

24. Da gehuwde vrouw, die zelve het beheer over eenig vermogen heeft, is desverlangd verplicht aan de aangiften van haar man een aangifte toe te voegen met betrekking tot het vermogen, dat zij beheert.

HOOFDSTUK VII.

Bezwaren -tegen den aanslag

25. (1) Hij die bezwaar heeft tegen den hem opgelegden aanslag kan binnen twee maanden na de dagteekening van het aanslagbiljet een bezwaarschrift indienen bij den inspecteur.

(2) Indien de reclamant het verlangen daartoe te kennen geeft, wordt hij door of vanwege den inspecteur nopens zijn bezwaren gehoord. Hij kan ook ambtshalve worden opgeroepen tot het verstrekken van gegevens op den voet van artikel 10 van het Buitengewoon Navorderingsbesluit, of om de overwegingen te vernemen, die bij het vaststellen

van den aanslag hebben gegolden. Alle oproepingen worden gedaan op een termijn van ten minste vijf dagen.

(3) Ook de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoote van den reclamant kan worden opgeroepen tot het verstrekken van gegevens op den in het voorgaande lid bedoelden voet.

(4) Indien een aangifte is gedaan, welke een conclusie toelaat ten aanzien van het bedrag, dat volgens den belastingplichtige moet worden geheven, kan mede een bezwaarschrift worden ingediend tegen een voorloopigen aanslag, welke niet geheel met de in de aangifte vermelde gegevens in overeenstemming is.

26. Indien een verplichting tot het doen van een aangifte of een verplichting tot het verstrekken van gegevens op den voet van artikel 10 van het Buitengewoon Navorderingsbesluit door of vanwege den aangeslagene of zijn echtgenoote niet volledig is nagekomen, wordt de aanslag gehandhaafd, zoo niet is gebleken, dat en in hoeverre hij onjuist is.

27. (1) De uitspraak op het bezwaarschrift is met redenen omkleed, indien het bezwaar geheel of ten deele wordt afgewezen.

(2) Afschrift van de uitspraak wordt aan den reclamant gezonden bij aangeteekenden brief of uitgereikt tegen gedagteekend ontvangstbewijs.

28. (1) Hij die bezwaar heeft tegen de uitspraak op zijn bezwaarschrift kan binnen een maand, nadat het afschrift ingevolge het vorige artikel ter post is bezorgd of tegen gedagteekend ontvangstbewijs is uitgereikt, in beroep komen bij den raad van beroep voor de directe belastingen, tot wiens rechtsgebied de gemeente van aanslag behoort.

(2) Het beroep op den raad wordt ingesteld door indiening van een met redenen omkleed beroepschrift. Een afschrift van de uitspraak waartegen het beroep is gericht, wordt daarbij overgelegd.

(3) De verplichting tot het verstrekken van gegevens, welke is opgelegd in artikel 10 van het Buitengewoon Navorderingsbesluit, bestaat mede tegenover den raad van beroep voor de directe belastingen.

(4) Artikel 26 van deze wet vindt in de procedure voor den raad overeenkomstige toepassing.

29 (1) Voor het indienen van bezwaar- en beroepschriften kunnen worden vertegenwoordigd :

de erfgenamen van een belastingplichtige door een hunner, den executeur-testamentair of den bewindvoerder over de nalatenschap;

minderjarigen of onder curateele gestelden door hun wettelijken vertegenwoordiger.

(2) Alle bezwaar- en beroepschriften kunnen door een gemachtigde worden onderteekend.

(3) In alle bezwaar- en beroepschriften moet, indien degene die voor zichzelf of als vertegenwoordiger optreedt niet hier te lande woont of gevestigd is, woonplaats hier te lande worden gekozen.

Sluiten