Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteldheid voor ten hoogste drie maanden doen opnemen in een der bij algemeenen maatregel van bestuur als observatiehuis aan te wijzen inrichtingen. Hij kan den termijn der opneming éénmaal met ten hoogste drie maanden verlengen, indien het belang van het kind zulks gebiedend noodzakelijk maakt.

372b. Indien het kind bijzondere tucht, behoeft, kan de kinderrechter bevelen, dat het zal worden opgenomen in een der inrichtingen, tot dit doel bij algemeenen maatregel van bestuur aan te wijzen.

De kinderrechter bepaalt den duur der opneming op een termijn van ten hoogste één jaar of — indien het kind nog niet veertien jaar oud is — van ten hoogste zes maanden. Hij kan den termijn van opneming éénmaal met ten hoogste zes maanden verlengen.

Behalve door verloop van den termijn waarvoor zij bevolen is, eindigt de opneming:

а. door de meerderjarigheid van het kind;

б. door bevel van den kinderrechter; c.. door besluit van den minister van

justitie, den kinderrechter gehoord, wanneer de minister dit in verband met een juiste verdeeling der in voornoemde inrichtingen beschikbare plaatsruimte gewenscht oordeelt.

372c. De kosten der maatregelen, bij de artikelen 371, derde lid, 372a en 3726 bedoeld, komen ten laste der ouders of — voor zooverre dezen onvermogend zijn — ten laste van het kind; voor zooverre ook dit laatste onvermogend is, blijven zij ten laste van den staat.

Slotbepaling-.

373. Bij algemeenen maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven ten aanzien van alles, wat in verband met de uitvoering van de voorschriften dezer afdeeling nog nadere voorziening behoeft.

Vierde Afdeeling.

Van de ontheffing en de ontzetting van de ouderlijke macht.

Ontheffing-: algemeene bepaling-en.

374. De arrondissements-rechtbank kan mits het belang der kinderen zich daartegen niet verzet — een ouder van de ouderlijke macht over een of meer zijner kinderen ontheffen, op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen.

374a. Ontheffing wordt slechts uitgesproken op verzoek van den voogdijraad of op vordering van het openbaar ministerie.

3746. Ontheffing kan niet worden uitgesproken. indien de ouder zich daartegen verzet.

Deze regel lijdt uitzondering:

a. bij krankzinnigheid van den ouder;

b. indien na een ondertoezichtstelling van tenminste zes maanden blijkt, dat deze maatregel — door de ongeschiktheid of onmacht van een ouder om zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen — onvoldoende is om het kind voor zedelijken of lichamelijken ondergang te behoeden;

c. indien zonder de ontheffing van den

eenen ouder de ontzetting van den anderen de kinderen niet aan diens invloed zou onttrekken.

Ontzetting: Algemeene bepalingen.

374c Indien de rechtbank zulks in het belang der kinderen noodzakelijk oordeelt, kan zij een ouder van de ouderlijke macht over een of meer zijner kinderen ontzetten op grond van:

i°. misbruik van deouderlijke macht of grove verwaarloozing van de'verzorging of opvoeding van een of meer kinderen; 2°. slecht levensgedrag; 3°. onherroepelijke veroordeeling: a wegens opzettelijke deelneming aan eenig misdrijf met een onder zijn gezag staanden minderjarige;

b wegens het plegen tegen zoodanigen minderjarige van een der misdrijven, omschreven in d-» tit»ls XIII—XV en XVIII— XX van het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht;

c. tot een vrijheidsstraf van twee jaar of langer;

4°. het in ernstige mate veronachtzamen van de aanwijzingen van den gezinsvoogd;

5°. het bestaan van gegronde vrees voor verwaarloozing van de belangen van het kind, doordat de ouder het kind terugeischt of terugneemt van anderen, die deszelfs verzorging en opvoeding op zich hebben genomen.

Onder misdrijf worden in dit artikel begrepen medeplichtigheid aan en poging tot misdrijf.

374rf. Ontzetting van de ouderlijke macht wordt slechts uitgesproken op verzoek van: den anderen ouder;

een der bloed- of aanverwanten der kinderen tot en met den vierden graad;

den voogdijraad;

of op vordering van het openbaar ministerie.

In het geval, bedoeld bij artikel 374c, onder 50., kan de ontzetting bovendien verzocht worden door dengene, die de verzorging en opvoeding van het kind op zich genomen heeft.

Schorsing- van ouders in de ouderlijke macht en voorloopige toevertrouwingvan minderjarigen aan den voogdijraad.

374e. Indien de rechtbank zulks in het belang der kinderen noodzakelijk acht, kan zij een ouder, wiens ontzetting verzocht of gevorderd is, hangende het onderzoek geheel of gedeeltelijk in de uitoefening der ouderlijke macht over een of meer zijner kinderen schorsen. Gelijke bevoegdheid komt haar toe ten opzichte van een ouder, wiens ontheffing verzocht of gevorderd is, in de gevallen, bedoeld in artikel 3746, tweede lid.

Indien de andere ouder mede de ouderlijke macht uitoefent, wordt gedurende de schorsing deze macht door hem alleen uitgeoefend.

Acht de rechtbank in het bij het tweede lid bedoelde geval de schorsing van den te ontzetten ouder onvoldoende om de kinderen aan diens invloed te onttrekken, dan kan zij ook den anderen ouder schorsen.

Betreft de schorsing beide ouders of een ouder, die de ouderlijke macht alleen uit-

Sluiten