Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onze Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met zijn rapport in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State, afdeling voor de geschillen van bestuur.

Het Loo, de 12de Juli 1947.

WILHELMINA. De Minister van Wederopb. en Volkshuisv L. Neher.

(Uitgeg. 29 Aug. 1947).

AFSCHRIFT.

Departement van Wederopbouw en Volkshuisvesting-. Centrale Directie van de Volkshuisvesting.

's-Gravenhage, 7 Juli 1947.

No. 6032 M/PBR.

Afdeling 112.

De Raad van State, afdeling voor de geschillen van bestuur, bracht advies uit over het beroep van J. M. H. Brull, te Eygelshoven, tegen goedkeuring van een uitbreidingsplan voor die gemeente; de voorgedragen beslissing luidt als volgt:

„Gezien het beroep, ingesteld door J. M. H. Brull te Eygelshoven tegen het besluit van den Commissaris der provincie Limburg van 27 April 1943, iste afdeling La.B. 4225/2 M., waarbij goedkeuring is verleend aan het besluit van den Burgemeester van Eygelshoven dd. 13 Januari 1942 tot vaststelling van een uitbreidingsplan voor die gemeente;

Den Raad van State, afdeeling voor de geschillen van bestuur, gehoord, (advies van 7 Juni 1944, no. 16);

Overwegende, dat de burgemeester van Eygelshoven, ter waarneming van de taak van den gemeenteraad, bij zijn besluit van 13 Januari 1942:

I. heeft vastgesteld een uitbreidingsplan in onderdeelen en in hoofdzaak voor de gemeente Eygelshoven, met de daarbij behoorende verklaring van teekens en kleuren, de verzamelkaart van dwarsprofielen van de hoofdwegen op een schaal van 1 : 200, de bouwingsvoorschriften en het plan van overzicht op een schaal van 1 : 25000, een en ander volgens de bijbehoorende gewaarmerkte bijlagen;

II. aan den burgemeester, ter waarneming van de taak van burgemeester en wethouders dezer gemeente ingevolge artikel 36, laatsten zin van het derde lid der Woningwet, voor zoover betreft het plan in onderdeelen, de bevoegdheid heeft toegekend om:

a. in de plaats of richting van rooilijnen en wegen geringe wijzigingen aan te brengen, wanneer dit met het oog op practische uitvoering, of door afwijkingen of onnauwkeurigheden in de kaart noodzakelijk of nuttig is, en voor zoover daarbij geen belangen van derden worden geschaad;

b. de minimum vereischte perceelbreedte te verminderen in die gevallen waar een rationeele verkaveling van gronden in verband met reeds aanwezige bebouwing dit vergt. Deze vermindering mag in geen geval meer bedragen dan 10 %, daarbij ten aanzien van het door J. M. H. Brull te Eygelshoven ingediende bezwaar tegen de bestemming van de hem in eigendom toebehoorende perceelen, kadastraal bekend, gemeente Eygelshoven, Sectie B, nos. 1528 en 1634, tot grond voor bebouwing met tuinen en open erven, ten gevolge waarvan volgens de concept-bebouwingsvoorschriften ter plaatse niet kan worden overgegaan tot de oprichting van étalage-winkel huizen, overwegende, dat aan dit bezwaar niet kan worden tegemoetgekomen omdat:

a. het laten bouwen van étalage-winkelhuizen op niet daarvoor bestemde terreinen, de orde vernietigt, die in het uitbreidingsplan wordt vastgelegd;

b. voor de oprichting van étalage-winkelhuizen elders in de gemeente voldoende en geschikte plaatsruimten aanwezig zijn;

c. een tegemoetkoming aan het verzoek van den adressant derhalve strijdig zou zijn met het algemeen belang;

dat de Commissaris der provincie Limburg, ter waarneming van de taak van Gedeputeerde Staten, bij zijn besluit van 27 April 1943, iste afdeeling, La.B. 4255/2 M., het bovenvermelde uitbreidingsplan en de bijbehoorende bebouwingsvoorschriften heeft goedgekeurd met uitzondering van de op het plan met een roode arceering aangegeven gedeelten, waarbij met betrekking tot het door J. M. H. Brull voornoemd bij hem ingediend bezwaarschrift is overwogen, dat het door den reclamant ten aanzien van perceel Sectie B. no. 1528, geopperde bezwaar niet gegrond is, omdat dit perceel ook thans niet bebouwd kan worden;

dat van dit besluit J. M. H. Brull in beroep is gekomen, aanvoerende dat hij onverzwakt volhardt bij zijn ten aanzien van zijn perceel breedvoerig in de door hem ingediende bezwaarschriften uiteengezette bezwaren, ontkennende hetgeen daarmee in strijd door den Commissaris der provincie is aangevoerd;

Overwegende dat het, blijkens het ingewonnen ambtsbericht van den Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid (Volkshuisvesting), voor den appellant, wiens winkelpand, ten gevolge van den over zijn perceel getraceerden nieuwen weg, eerlang zal moeten verdwijnen, in verband met bijzondere plaatselijke omstandigheden zeer bezwaarlijk, zoo niet onmogelijk zou zijn, op een perceel, gelegen op bij het uitbreidingsplan voor étalage-winkelhuizen bestemd gebied, de hand te leggen, zoodat, al moge door den burgemeester een regeling zijn getroffen, waarbij des appellants aanspraken op schadevergoeding in beginsel zijn erkend, deze ten gevolge van het plan in ernstige mate zou worden gedupeerd;

dat de burgemeester van Eygelshoven, blijkens mededeeling zijnerzijds in de open-

Sluiten