Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en 3, als griffie van het kantongerecht.

5. Aan de kantonrechter en de griffier, die zich ter uitvoering van dit besluit begeven van hun woonplaats naar Doetinchem, worden uit 's Rijks kas de reis- en verblijfkosten vergoed naar de bepalingen, welke ter regeling van de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's-Rijksdienst zijn of nader zullei} worden vastgesteld (Reisbesluit 1916).

6. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag der maand, volgende op die, waarin het is afgekondigd.

Het is niet van invloed op de behandeling van de zaken, welke bij de inwerkingtreding aanhangig zijn.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Het Loo, de 11 de Augustus 1947.

WILHELMINA. De Min. v. Justitie, J. H. van Maarseveen.

(Uitgeg. 22 Aug. 1947).

S. H 301

iisAugustus 1947. BESLUIT tot schorsing van het besluit van de raad der gemeente Zandvoort dd. 22 Juli 1947, strekkende tot het instellen van een commissie van advies in zake de verdeling van woonruimte.

Wij WILHELMINA, enz.;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 4 Augustus 1947, No. 43932, afdeling Binnenlands Bestuur, Bureau Bestuurszaken, tot schorsing van het besluit van de raad der gemeente Zandvoort d.d. 22 Juli 1947, strekkende tot het instellen van een commissie van advies in zake de verdeling van woonruimte;

Overwegende, dat het wenselijk is, hangende het onderzoek naar de vraag, of dat besluit in strijd is met de wet, het in werking treden daarvan te voorkomen;

Gelet op de artikelen 185—187 der gemeentewet;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Bovenvermeld besluit van de raad der gemeente Zandvoort tot 1 Juli 1948 te schorsen.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Het Loo, de nde Augustus 1947.

WILHELMINA. De Min. v. Binnenlandse Zaken, Beel.

(Uitgeg. 29 Auê. 1947)-

S. H 302

11 Augustus 1947. BESLUIT, houdende vaststelling van de d&tum van inwerkingtreding van de Wet op de Zeevisvaartdiploma's 1935 (Staatsblad No. 455>-

Wij WILHELMINA, enz.;

Op de voordracht van Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 9 Juli 1947, no. 61181 Z/140/140/18 Directoraat-Generaal van Scheepvaart en van 1 Augustus 1947, no. 16135, Afdeling Nijverheidsonderwijs;

Gelet op artikel 20 van de Wet op de Zeevisvaartdiploma's 1935 (Staatsblad no.

455) :

Hebben goedgevonden en verstaan: te bepalen:

De Wet op de Zeevaartdiploma's 1935 (Staatsblad no. 455) treedt in werking met ingang van 1 October 1947.

Onze voornoemde Ministers zijn, ieder voor zoveel hem betreft, belast met de uitvoering van dit .besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Het Loo, de nde Augustus 1947.

WILHELMINA. De Min. v. Verkeer en Waterstaat, H. Vos. De Min. v. O., K. en W., a.i.,

J. H. van Maarseveen.

(Uitêeg. 5 Sept. 1947)-

S. H 303

13 Augustus 1947- BESLUIT tot toekenning van een gratificatie aan burgerlijk Rijkspersoneel over 1947-

Wij WILHELMINA, enz.;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 25 Juni 1947, N°. 11452/R, afdeling Ambtenarenzaken, Bureau II, daartoe gemachtigd door de Raad van Ministers;

Overwegende, dat het College van Rijksbemiddelaars in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers bij beschikking van 12 Juni 1947 (Nederlandse Staatscourant van 13 Juni 1947, N°. 112), nader vervangen door de beschikking van 7 Juli 1947 (Nederlandse Staatscourant van 9 Juli 1947, N°. 130) richtlijnen heeft gegeven met betrekking tot het doen van extrauitkeringen aan werknemers in particuliere dienst gedurende het jaar 1947;

Overwegende, dat het bestaande verband tussen de beloningen van particuliere werknemers en de bezoldiging van burgerlijk Rijkspersoneel het wenselijk maakt, dat een soortgelijke maatregel ook voor laatstgenoemd personeel wordt getroffen;

Gelet op artikel 65 van de Grondwet en artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet 1929;

De Raad van State gehoord (advies van i Juli 1947, N°. 23);

Gezien het nader rapport van Onze voor- • noemde Minister van 6 Augustus 1947, N°.

Sluiten