Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. het Bureau Voorbereiding Vernielingen »

e. het Bureau Registratie Verdedigingswerken.

Onze Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Het Loo, 3 October 1947.

WILHELMINA. De Min. v. Oorlog, A. H. J. L. Fievez.

(Uitgeg. 28 October 1947).

S. H 345

4 October 1947. BESLUIT, bepalende de bekendmaking in het Staatsblad van de de op 22 Juli 1947 te Pretoria gesloten luchtvaartovereenkomst tussen Nederland en de Unie van Zuid-Afrika.

Wij WILHELMINA, enz.;

Gezien de op 22 Juli 1947 te Pretoria gesloten Overeenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Regering van de Unie van Zuid-Afrika betreffende luchtdiensten tussen haar respectieve grondgebieden, van welke Overeenkomst een afdruk bij dit besluit is gevoegd;*

Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 29 September 1947, Kabinet en Protocol no. 87405; .

Hebben goedgevonden en verstaan: bovengenoemde Overeenkomst te doen bekendmaken door de plaatsing van dit besluit in het Staatsblad.

Onze Ministers, Hoofden van Departementen van Algemeen Bestuur, zijn, ieder voor zoveel hem aangaat, belast met de uitvoering van hetgeen te dezen wordt vereist.

Het Loo, 4 October 1947.

WILHELMINA. De Min. v. Buitenl. Z., W. v. Boetzelaer.

(Uitleg. 11 Nov. 1947).

OVEREENKOMST tussen de Nederlandse Regering en de Regering van de Unie van Zuid-Afrika betreffende luchtdiensten tussen haar respective grondgebieden.

De Nederlandse Regering en de Regering van de Unie van Zuid-Afrika,

wensende een Overeenkomst te sluiten met het doel, zo spoedig mogelijk bepaalde luchtdiensten naar, in en over Nederlands en Zuid-Afrikaans grondgebied in te stellen, hebben hare vertegenwoordigers benoemd, die, behoorlijk gemachtigd, het volgende zijn overeengekomen:

Art. 1. Elke overeenkomstsluitende partij verleent aan de andere overeenkomstsluitende partij de rechten, vermeld in de Bijlage behorende bij deze Overeenkomst, met het doel de daarin bedoelde luchtdiensten (hierna te noemen ,,de overeengekomen

* Engelse en Zuid-Afrikaanse tekst niet opgenomen.

diensten") kunnen onmiddellijk worden geopend dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de overeenkomstsluitende partij, waaraan de rechten zijn verleend.

Art. 2. 1. Elk van de overeengekomen diensten kan in exploitatie worden genomen, zodra de overeenkomstsluitende partij, waaraan de rechten zijn ontleend, een of meer luchtvaartmaatschappijen voor de aangegeven route of routes heeft aangewezen en de overeenkomstsluitende partij, die de rechten verleent, is, behoudens het bepaalde in lid 2 van dit artikel en in artikel 6, verplicht onverwijld aan de betreffende luchtvaartmaatschappij (en) de passende exploitatie-vergunning te verlenen.

2. Van de aangewezen luchtvaartmaatschappij (en) kan worden verlangd, dat zij ter bevrediging van de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partij, die rechten verleent, aantoont (aantonen), dat zij in staat is (zijn) de bepalingen na te komen, welke worden gesteld op grond van de wetten en voorschriften, welke gewoonlijk door die autoriteiten met betrekking tot de exploitatie van commerciële luchtvaartmaatschappijen worden gesteld.

Art. 3. 1. De kosten voor het gebruik van luchthavens en van andere faciliteiten, welke elk der overeenkomstsluitende partijen in rekening kan brengen of doen brengen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij (en) van de andere overeenkomstsluitende partij, mogen niet hoger zijn dan die, welke voor het gebruik van zodanige luchthavens en faciliteiten zouden worden betaald door haar eigen luchtvaartuigen, in gebruik op gelijksoortige internationale diensten.

2. Ten aanzien van motor-brandstof, smeerolie en reserve-onderdelen, ingevoerd in of aan boord van luchtvaartuigen genomen op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen door of namens de door andere overeenkomstsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij (en) en uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de luchtvaartuigen van deze aangewezen luchtvaartmaatschappij (en) wordt, voor wat betreft douane-rechten, inspectie-kosten of andere rechten, geheven door eerstgenoemde overeenkomstsluitende partij, een behandeling toegepast, welke niet ongunstiger is dan die, toegestaan aan de eigen luchtvaartmaatschappijen, welke zich bezighouden met internationaal luchtvervoer of aan welke luchtvaartmaatschappij ook van de meest begunstigde natie.

3. Luchtvaartuigen, welke gebezigd wor- ' den op de overeengekomen diensten en voorraden motor-brandstof, smeerolie, reserve-onderdelen, normale uitrustingsstukken en proviand, welke aan boord van de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij (en) van een overeenkomstsluitende partij blijven, zijn op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij vrijgesteld van douanerechten, inspectie-kosten of soortgelijke rechten of kosten, zelfs indien zodanige

Sluiten