Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de kook houden, zeer voorzichtig i tot enkele g vast kaliumpersulfaat in kleine porties toegevoegd, totdat de vloeistof, die zich boven het gevormde zilverchloride bevindt, kleurloos of nagenoeg kleurloos is geworden, hetgeen in de regel na 5 tot 15 minuten bereikt is. Vervolgens worden nog 5 cm3 formaline toegevoegd en even opgekookt.

Na afkoelen wordt met water tot ongeveer 150 cm*1 verdund en de overmaat zilvernitraat met 0.1 N rhodaanoplossing, onder toevoeging van 2 cm3 ijzerammoniakaluinoplossing als indicator, getitreerd.

De gebonden hoeveel-heid zilvernitraat wordt geheel op keukenzout omgerekend.

3. Keukenzoutvrije droge stof.

Het gehalte van keukenzoutvrije droge stof wordt gevonden door 100 te verminderen met de som van water- en keukenzoutgehalte.

4. Stikstof.

A. Totaal stikstof.

Het gehalte aan totaal stikstof wordt bepaald volgens de methode Kjeldahl.

B. Aminozuurstikstof.

5 g der waar worden zoveel mogelijk opgelost in 50 cm3 water en koud vermengd met 20 cm3 ener 10 procents oplossing van chloorbarium, waarna druppelsgewijs een ongeveer verzadigde oplossing van bariumhydroxyde wordt toegevoegd tot duidelijk alkalische reactie op lakmoes. Vervolgens worden nog 20 cm3 der zelfde bariumhydroxyde-oplossing en 30 cm3 sterke spiritus toegevoegd, waarna met water tot 150 cm3 wordt aangevuld.

Na filtratie door een droog vouwfilter worden 75 cm3 van het filtraat met normaal zoutzuur ten opzichte van neutraal lakmoespapier nauwkeurig geneutraliseerd en met uitgekookt water tot 100 cm3 aangevuld.

Met de aldus verkregen vloeistof worden de volgende bepalingen verricht:

a. 5 cm3 der vloeistof worden vermengd met 50 cm3 tegenover thymolphtaleïen geneutraliseerde sterke spiritus — die 1 cm' ener 0.4 procents oplossing van thymolphaleien bevat — en met 0.1 N natronloog getitreerd tot kleuromslag (blauw groene schijn). Verbruik a cm3 loog.

b. 5 cm3 der vloeistof worden vermengd met 25 cm3 uitgekookt water en met 0.5 cm3 ener 0.02 procents, oplossing van neutraalrood in water en daarna met 0.1 N natronloog getitreerd tot de kleur van rood naar geel omslaat. Verbruik b cm3 loog.

c. 50 cm3 der vloeistof worden, na vermengd te zijn met ongeveer 5 g vers gegloeid magnesiumoxyde en ongeveer 250 cm3 water, afgedestilleerd en het ammoniakale destillaat wordt opgevangen in een bekende hoeveelheid 0.1 N zuur. Tevens wordt een blanco proef gedaan zonder 50 cm3 der vloeistof en met 300 cm3 water. De overmaat zuur wordt, na uitkoken van het destillaat met V10 N loog getitreerd met behulp van methylrood als indicator.

De door ammoniak vastgelegde hoeveelheid 0.1 N zuur zij c cm3.

Het gehalte aan aminozuurstikstof bedraagt dan 1,12 (a-b-c/10) %•

5. Kreatinine.

De bepaling van kreatinine geschiedt op de wijze als in de methoden van onderzoek, behorende bij het Vleesextractenbesluit (Staatsblad 1934, no. 428, zoals dit is gewijzigd) is aangegeven. Van niet geheel in koud water oplosbare producten dient door digereren met koud water en filtreren eerst een oplossing te worden gemaakt.

6. Kleurstoffen en Conserveermiddelen. Het onderzoek op kleurstoffen en conserveermiddelen geschiedt op de wijze als in de methoden van onderzoek, behorende bij het Vleeswarenbesluit (Staatsblad 1938, no. 865, zoals dit is gewijzigd) is aangegeven. Voor de bepaling van de hoeveelheid naphtolgeel-S zij verwezen naar de Methoden van Onderzoek, punt 10a, behorend bij het Meelbesluit (Staatsblad 1924, no. 313), zoals dit is gewijzigd.

Lijst van Reagentia.

Bariumhydroxyde-oplossing: Een nagenoeg verzadigde oplossing van Ba (OH)» 8 H2O in water (ongeveer 0.2 N).

Chloorbariumoplossing: Een tien procents oplossing van Ba CI2 2 HaO in water.

Formaline: Het handelsproduct, dat ongeveer 33—34 procenten formaldehyde bevat. Kaliumpersulfaat: het vaste zout KjS^Os. Methylroodoplossing: Een oplossing van 0.1 methylrood in 100 cm3 sterke spiritus.

Neutraal lakmoespapier: 10 g gepoederd lakmoes worden met 50 cm3 spiritus van 90 % gedurende Vï uur aan een terugvloeikoeler gekookt. Na affiltreren wordt de overgebleven vaste stof gedroogd bij een temperatuur, die 100 °C niet te boven gaat. De gedroogde massa wordt in een mortier innig samengewreven met 50 cm3 water, waarna men, onder herhaald omroeren, 24 uur laat staan, waarna wordt afgefiltreerd. Van het verkregen filtraat wordt een klein gedeelte afzonderlijk gehouden en van het grootste gedeele wordt het alkali geneutraliseerd door telkens met een glasstaaf, die bevochtigd wordt met zwavelzuur van S.G. 1,11,-om te roeren, totdat de kleur duidelijk rood is. De vloeistof wordt nu gedurende een kwartier gekookt, waarbij het verdampende water wordt aangevuld. Indien de kleur bij het koken blauw of violet wordt, dient met een staaf met iets zwavelzuur als boven te worden omgeroerd, tot de kleur weer juist rood is. Indien de kleur te sterk rood is, wordt zij-met een weinig van de afzonderlijk gehouden blauwe oplossing verbeterd.

Stroken filtreerpapier worden vervolgens met de oplossing gedrenkt en in een zuuren alkali vrije omgeving bij gewone temperatuur gedroogd.

Het gerede papier moet roodachtig zijn, met iets violet er in, terwijl 1 druppel van een mengsel van 50 cm3 kokend water met

Sluiten