Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Beschikkende op het beroep, ingesteld door Mr. C. J. B. du Croo, als gemachtigde van F. A. L. C. Baron Schimmelpenninck van der Oye te Oosterland, tegen het besluit van de Commissaris der provincie Zeeland van 4 December 1943 tot vaststelling ingevolge de Wegenwet van de legger van de wegen van de gemeente Oosterland;

De Raad van State, Afdeling voor de Geschillen van Bestuur, gehoord, adviezen van 18 April 1947, no. 69 (1944) en 10 September 1947, no. 69 (1944)/272;

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 2 Januari 1948, no. 714, Afdeling Waterstaatsrecht;

Overwegende: dat de Commissaris der provincie Zeeland bij zijn besluit van 4 December 1943, no. 5719, de legger der wegen voor de gemeente Oosterland gewijzigd heeft vastgesteld;

dat van deze beslissing Mr. C. J. B. du Croo, als gemachtigde van F. ,A. L. C. Baron Schimmelpenninck van der Oye, in beroep is gekomen, aanvoerende, dat hij op 20 Augustus 1943 bij de burgemeester van Oosterland een bezwaarschrift heeft ingediend, houdende een negental bezwaren tegen het ter inzage gelegde ontwerp van de legger der wegen in de gemeente Oosterland, te weten:

1. dat alle wegen en dijken in Oosterland en Sirjansland in eigendom toebehoren aan de Heer van Oosterland, Sirjansland en Ooster-

IÏE SJLUZT van 13 Januari 1948, houdende beslissing op het beroep, ingesteld door Mr. C. J. B. du Croo, als gemachtigde van F. A. L. C. Baron Schimmelpenninck van der Oye te Oosterland tegen het besluit van de Commissaris der provincie Zeeland van 4 December 1943 tot vaststelling ingevolge de Wegenwet van de legger van de gemeente Oosterland.

(No. I 10)

Sluiten