Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN.

Wij WIL H E L M IN A, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, de termijn, gedurende welke de Buitengewone havenwet 1946 van kracht is, te verlengen tot 1 Januari 1949;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1.

In het bij de wet van 28 December 1946 (Staatsblad no. G 421) gewijzigde artikel 7 van de Buitengewone havenwet 1946 wordt „1 Januari 1948" vervangen door: „1 Januari 1949".

Artikel 2.

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na die harer afkondiging.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize het Loo, 12 Februari 1948.

^ t)4r) IVE T van 12 Februari 1948, houdende verlenging van de geldigheidsduur van de Buitengewone Havenwet 1946.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

WILHELMINA.

H. VOS.

Uitgegeven de vijfde Maart 1948. De Minister van Justitie, J. H. VAN MAARSEVEEN.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Bijl. Hand. II 47/48, 680; Hand. II 47/48, bladz. 1202; Bijl. Hand. I 47/48, 680; Hand. I 47/48, bladz. 86.

Sluiten