Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

van het

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN.

(No. I 94) besluit „„ m mmrt ms

dende hernieuwde vaststelling van een algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 14 der Pensioenwet voor de Zeemacht (Staatsblad 1922, No. 65).

Wij W I L H E L M I N A, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

19?8P no.V96M2/91218^° ^ Mari"e ^ Van 6 Januari

Overwegende,

J"1* wen se! ijk is de algemene maatregel van bestuur bedoeld in 14 der Pensioenwet voor de zeemacht (Staatsblad 1922, no 65)

vfn1'nWiuVaStt mfl, buiten werkinS stellen van Ons besluit

van 13 Maart 1935 {Staatsblad no. 122), laatstelijk gewijzigd bij Ons besluit van 21 December 1945 (Staatsblad no. F 320);

De Raad van State gehoord (advies van 17 Februari 1948, no. 34);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 27 Februari 1948, no. 109190/91218;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Bij de vaststelling van de Pensioensgrondslag, bedoeld in artikel 14 der Pensioenwet voor de zeemacht (Staatsblad 1922, no. 65) wordt het bedrag, waarop de belanghebbende over het laatste jaar'werke-

' nt hieniSt ,f milltair der zeemacht aan bezoldiging bij plaatsing in Nederland aan wal recht had of recht zou hebben gehad, indien ij in die positie geplaatst ware geweest, voor zover deze werkelijke lenst bestaat uit diensttijd na 31 December 1947, vermeerderd met:

I. het bedrag, waarop hij in dat jaar aanspraak had, aan een of meer van de hierna genoemde inkomsten:

ma^rmierskapllf6 ^ ^ vervullen van 0611 solistenpartij bij de

b. de toelage voor het vervullen van een eerste partii bij de marimerskapel; '

c. de premie voor letsel, ontstaan door explosie;

Sluiten