Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN.

(NO. I 138) WET va/s S April 1948, houdende wijzi-

ging van artikel 5 van dc Bedrijvenwet (Staatsblad 1928, No. 249).

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de uitkering aan het Rijk, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub rf'der Bedrijvenwet (.Staatsblad 1928 no. 249) te berekenen naar de gezamenhjke pensioensgrondslagen van het desbetreffende personeel op

weZte Q7e/rUUm, l Sien°e^lin 3rtikel 36' eerste lid> der Pensioenwet 1922 {Staatsblad no. 240);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met geme;n overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

■ het lld> sub d' van artikel 5 der Bedrijvenwet (Staatsblad

-8' n°' 249) wordt ln Plaats van: „van het gemiddelde van de gezamenlijke pensioensgrondslagen op 15 Maart en 15 September van het op die tijdstippen in dienst van het bedrijf zijnde personeel" gelezen: „van de gezamenlijke pensioensgrondslagen op 1 Januari van het op dat tijdstip in dienst van het bedrijf zijnde personeel".

Overgangsbepaling.

Artikel II

In afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 5 der Bedriivenwet (Staatsblad 1928, no. 249) geschiedt de berekening der uitkering, bedoeld in het eerste lid onder d van dat artikel, voor het jaar 1946 naar ae gezamenlijke pensioensgrondslagen op 15 Maart 1946.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Bijl. Hand. II 47/48, 747; Hand. II 47/48, bladz. 1573; Bijl. Hand. I 47/48, 747; Hand. I 47/48, bladz. 353.

Sluiten