Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel IV.

Bevoegdheden en functies.

6. De Commissie is een overlegplegend en raadgevend lichaam, ten dienste van de deelnemende Regeringen, voor aangelegenheden, die betrekking hebben op de economische en sociale ontwikkeling van de binnen de territoriale sfeer der Commissie gelegen niet-zelfbesturende gebieden en op de welvaart en vooruitgang van hun volkeren. Te dien einde heeft de Commissie de volgende bevoegdheden en functies:

(ia) het onderzoeken, opstellen en aanbevelen van maatregelen voor de uitbreiding en waar nodig voor de coördinatie, van diensten ten behoeve van de economische en sociale rechten en welvaart van de bewoners der binnen de sfeer der Commissie vallende gebieden, in het bijzonder ten aanzien van landbouw (waaronder veehouderij), verbindingen, vervoer, visserij, bosbouw, nijverheid, arbeid, afzet, productie, handel en financiën, openbare werken, onderwijs, volksgezondheid, huisvesting en sociale welvaart;

(b) het instellen en bevorderen van onderzoek op technisch, wetenschappelijk, economisch en sociaal gebied, in de territoriale sfeer der Commissie gelegen gebieden en het verzekeren van de grootst mogelijke samenwerking en coördinatie van de werkzaamheden der met dat onderzoek belaste instanties;

(c) het doen van aanbevelingen voor de coördinatie van plaatselijke plannen op het gebied van een of meer in dit Artikel, sub (a) en (b) genoemde punten, die van regionaal belang zijn, alsmede voor het verschaffen van bijstand uit een ruimere kring van technologen dan die, welke een territoriale Regering anders ter beschikking staat;

(d) het verschaffen van technische bijstand, raad en inlichtingen (waaronder statistische en andere gegevens) ten behoeve van de deelnemende Regeringen;

(e) het bevorderen van samenwerking met niet-deelnemende Regeringen en met particuliere organisaties, die een publiek of quasipubliek karakter dragen en in het betrokken gebied gemene belangen hebben bij aangelegenheden welke binnen de bevoegdheid van de Commissie vallen;

(ƒ) het vragen van inlichtingen aan de deelnemende Regeringen omtrent zaken, welke binnen haar bevoegdheid vallen-,

(g) het doen van aanbevelingen met betrekking tot de instelling en werkzaamheden van neven-instanties.

7. De Commissie is bevoegd de werkzaamheden te verrichten, welke de deelnemende Regeringen in onderling overleg bepalen.

8. De Commissie kan voorts administratieve regelingen treffen welke nodig zijn voor de uitoefening van haar bevoegdheden en het verrichten van haar werkzaamheden.

Sluiten