Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. 1. Hoofdlijnen van de physiologie van de mens en van de invloed der verschillende soorten van lichaamsoefeningen op de verschillende organen en functies.

2. Enige kennis van de groeiphasen en groeiprocessen ook in verband met de erfelijkheid en levensomstandigheden.

c. Hoofdzaken van de hygiëne, speciaal in verband met de school, het schoolleven en de lichamelijke opvoeding.

d. Inzicht in het verlenen van eerste hulp bij ongevallen.

B. Practisch deel

1. De mannelijke candidaten zullen o.m. worden geëxamineerd in eigen bedrevenheid in het boksen en (naar keuze van de candidaat) het worstelen of schermen op één wapen (sabel, floret of degen).

2. Van de candidaten zal ten aanzien van het onderdeel zwemmen kunnen worden gevraagd de schoolslag, de borstcrawl en de enkelvoudige rugslag klassikaal en hoofdelijk te onderwijzen.

De vrouwelijke candidaten zullen bij het examen uitsluitend lessen hebben te geven aan vrouwelijke leerlingen en/of mannelijke leerlingen beneden 13 jaar.

De organisatie van het examen

Het examen wordt afgenomen in twee gedeelten.

Het eerste gedeelte omvat de stof, genoemd onder A I, II, III en VI en het schriftelijk gedeelte; het tweede gedeelte de overige onderdelen van het programma.

Candidaten worden slechts tot het tweede gedeelte toegelaten, indien zij aan de bij het eerste gedeelte gestelde eisen hebben voldaan.

Dit tweede gedeelte moet binnen drie maanden na het eerste gedeelte worden afgelegd. De candidaten, die worden afgewezen na het afleggen van dit tweede gedeelte, zullen bij de in het eerstvolgend jaar te houden examens op hun verzoek op grond van het reeds afgelegde eerste gedeelte direct worden toegelaten tot het tweede gedeelte.

De candidaten zullen hierbij wederom een lijst van de door hen bestudeerde werken op het gebied der onderdelen A I t/m IV moeten overleggen. Indien zij weder worden afgewezen, moet bij een volgende deelname het volledig examen opnieuw worden afgelegd. In zeer bijzondere gevallen kan de voorzitter van de examencommissie, gehoord de commissie, de in deze alinea bedoelde candidaten in plaats van bij de in het eerstvolgend jaar te houden examens bij de in een later jaar te houden examens direct tot het tweede gedeelte toelaten.

Behoort bij Koninklijk besluit van 17 Juni 1948, No. 19 (Staatsblad No. 1242).

Mij bekend,

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,

JOS. J. GIELEN.

Sluiten