Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D. de arrondissements-rechtbank te Arnhem: te Tiel;

E. de arrondissements-rechtbank te Zutphen — zolang het kanton Harderwijk tot haar rechtsgebied blijft behoren — te Harderwijk;

F. de arrondissements-rechtbank te Zwolle — te rekenen van het tijdstip, dat het kanton Harderwijk bij haar rechtsgebied mocht worden gevoegd —: te Harderwijk;

G. de arrondissements-rechtbank te 's-Gravenhage: te Delft en Leiden;

H. de arrondissements-rechtbank te Dordrecht: te Gorinchem en Oud-Beijerland;

I. de arrondissements-rechtbank te Middelburg: te Terneuzen, Oostburg, Hulst, Zierikzee en Tholen;

J. de arrondissements-rechtbank te Amsterdam: te Hilversum;

K. de arrondissements-rechtbank te Utrecht: te Amersfoort;

L. de arrondissements-rechtbank te Groningen: te Winschoten.

Artikel 2

Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 400 van het Wetboek van Strafvordering worden de terechtzittingen, gehouden buiten de hoofdplaats van het arrondissement, beschouwd als buitengewone zittingen.

De president van de arrondissements-rechtbank bepaalt, welke zaken op de terechtzittingen buiten de hoofdplaats van het arrondissement zullen worden behandeld.

Artikel 3

De kinderrechter kan op plaatsen, waar hij terechtzittingen houdt, alle werkzaamheden, ook buiten een eigenlijke terechtzitting,, verrichten, waartoe hij in de hoofdplaats van het arrondissement bevoegd is.

Artikel 4

Het Koninklijk Besluit van 7 Maart 1946, Staatsblad No. G. 59, betreffende het houden van terechtzittingen van enkelvoudige kamers van enige arrondissements-rechtbanken ook buiten de hoofdplaats van het arrondissement, is vervallen.

De Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst, en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk, 21 Juni 1948.

JULIANA.

De Minister van Justitie,

J. H. VAN MAARSEVEEN.

Uitgegeven de zesde Juli 1948.

De Minister van Justitie, J. H. VAN MAARSEVEEN.

Sluiten