is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1955, 1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om iets te zeggen over de geschiedenis van Monterosa, maar dit is een taak, hoe aantrekkelijk ook, welke de capaciteiten en beschikbare tijd van schrijver dezes ruimschoots te boven gaat.

Want de geschiedenis van hotel Monterosa is meer dan de geschiedenis van een dorpshotel dat een eeuw lang zijn eigen karakter heeft weten te bewaren en slechts schuchter en als het bepaald niet anders meer kon heeft toegegeven aan de veranderde eisen welke veranderde tijden stelden.

Inderdaad, het is veel meer; het zou een drievoudige geschiedenis moeten worden, allereerst van de familie Seiler, verder van Zermatt en tenslotte van een groot stuk alpinisme van de laatste eeuw; met andere woorden van het alpinisme. En dat is allemaal al veel beter en uitvoeriger gedaan dan het hier in zo kort bestek ook zelfs maar aangeduid zou kunnen worden.

De moeilijkheid is echter een heel andere en wel deze dat men nooit een hotel als Monterosa zal appreciëren als men niet tenminste iets van de geschiedenis van het bergstijgen kent. De leek op dit terrein zal zeggen dat het eten er goed is, maar dat het toch maar een miserabel behelpen is met die waskommen, en hij zal de kern evenmin benaderd hebben als hij die, de historie de Engelse Koningshuizen niet kennend, van Westminster Abbey zegt dat het eens nodig gerestaureerd moet worden en dat er wel opvallend veel grootheden hun graf hebben gevonden.

Maar hem die wel belang stelt in de achtergronden der dingen en bij wie namen als Tyndall en Whymper enige associaties oproepen, behoef ik niets over hotel Monterosa te zeggen. Voor hem, ook al was hij er nimmer, is het een stukje geschiedenis dat nog steeds zijn eigen taal spreekt.

Hij weet ook dat de sobere ingang, het ietwat verfomfaaide kantoortje direct links daarachter, de schrijfkamer boven welke eigenlijk alleen maar „démodé” te noemen zou zijn en de eetzaal met al zijn irritante verguldsels, dat dit alles in wezen nog net zo is als in de begintijd van Alexander Seiler, en dan is het of de zaak voor hem ineens in een ander licht verschijnt.

Welke kamer zou het geweest zijn, waar-

over Whymper schrijft in zijn „Scrambles” naar aanleiding van het jaar 1863?

„We had to cross the Col de Valpelline „on the next day, and an early start was „desirable. Monsieur Seiler, excellent man, „knowing this, called us himself, and when „he came to my door, I answered, „All „right, Seiler, I wil get up”, and immedia„tely tumed over to the other side, saying „to myself, „First of all, ten minutes more „sleep”. But Seiler waited and listened, „and suspecting the case, knocked again. „Herr Whymper, have you got a light?” „Without thinking what the consequences „might be, I answered, „No”, and then „the worthy man actually forced the lock „of his own door to give me one. „similair and equally friendly and dis„interested acts. Monsieur Seiler has acquired his enviable reputation”.

En nu hoeft niemand die ’s nachts op tocht wil gaan bang te zijn dat een lid van de Seilerfamilie zijn deur zal forceren. De Seilers bezitten het hotel nog steeds, maar er is tenslotte wel iets veranderd. Toch is er stellig ook iets van die instelling dat de hotelier zich persoonlijk verantwoordelijk voelt voor al het wel en wee van zijn gast gebleven, en de vanzelfsprekende en onopvallende manier waarop men er deze regel toepast maakt het verblijf in Monterosa in de regel net iets meer dan een willekeurig hotelverblijf.

In Monterosa is men blijven inzien dat Zeimiatt zijn opkomst heeft te danken aan de alpinisten en dus houdt men die alpinisten in ere, hoe vreemd uitgedost ze soms aan tafel verschijnen of wat voor nukken ze ook kunnen vertonen. Want dat klimmers soms lastig kunnen zijn dat wist de portier van Monterosa ten tijde van Mummery reeds, op de vooravond van de eerste bestijging van de Col de Lion van de zijde van de Zmuttgletscher.

Alexander Burgener is in een lichtelijk kwaadaardige stemming, als ze ’s avonds willen vertrekken en beiden nog even een uiltje hebben geknapt dat langer duurde dan wel voorzien was. Dan vraagt de een aan de ander waar het bergtouw is, en de ander antwoordt dat de een het moet hebben en zo gaat het verder. Maar het touw