is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1955, 1955

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stond ik op de top. Tot mijn verbazing bemerkte ik dat ik niet op het hoogste punt stond. Door een diep ravijn, met verijsde wanden werd ik gescheiden van het „Gipfelkreuz . Later bleek, dat ik me met de Oostelijke top tevreden had moeten stellen. Tijdens enkele opklaringen van het inmiddels betrokken weer had ik een wondermooi uitzicht op de Dolomieten. Helemaal op mijn gemak zat ik daar echter niet: de gedachte aan de afdaling over al dat losse gesteente was niet opwekkend. Ik besloot dit uiterst voorzichtig te doen en geen enkel risico te nemen. Desnoods zou ik de hele route eerst reinigen van die losse rommel !

Het vinden van de terugweg bleek echter niet gemakkelijk te zijn. Herhaaldelijk stuitte ik op onoverkomenlijke steile stukken. Toen ik naar schatting nog ongeveer een uur zou moeten dalen en ik me al begon te verheugen over het vlotte verloop suisde er een steen langs mij heen, gevolgd door meerdere. Dit bleek het grootste gevaar van deze berg te zijn. Minutenlang moest ik mij plat tegen de wand drukken om de stenen te ontwijken die als kogels langs me heen floten. Op het moment dat ik op het punt stond om verder te klimmen, omdat er toch geen eind scheen te komen aan deze stenenregen, raakte een van die stenen mijn rug. Niet erg pijnlijk, maar juist hard genoeg om mij te overtuigen, dat ik beter nog even kon wachten. Nog twee maal moest ik tijdens de verdere afdaling voor steenslag schuilen. Toen ik het geruis van de waterval hoorde, besefte ik dat ik intuïtief de juiste weg terug had gevonden. Ik was nog slechts één touwlengte van het lokkende sneeuwveldje verwijderd toen ik aan het moeilijkste gedeelte van de hele tocht kwam : de natte rotsen naast de waterval; Dè oplossing was abseilen ! Natuurlijk zou ik dan de sneeuw nog niet bereikt bebben, maar het was in ieder geval weer 15 meter lager. Toen ik 15 meter lager stond bemerkte ik dat ik hier onmogelijk verder kon abseilen, daar er hier geen enkel stukje rots was waaromheen ik het touw kon leggen. Dan maar weer naar boven, doch wat me ’s morgens wel gelukt was kon ik toen niet meer. Dat zelfde stuk naar boven was me ’s middags te moeilijk. Ten einde raad klom ik dus maar door de waterval. Mijn bril moest ik

afzetten, daar hij door de kracht van het water meegesleurd dreigde te worden. Aan de andere zijde van de waterval vond ik een blok waaromheen ik mijn touw kon leggen. Het bereikte op ongeveer vier meter na de sneeuw. Twee aan elkaar geknoopte Schlinges deden de rest. Een korte afdaling door het stuivende Geröll deed de kleur van mijn natte kleren veranderen in de lichtgrijze kleur van de stenen. Met mijn kleren nog aan nam ik daarna een bad in een meertje.

Nog enigszins vochtig, met soppende schoenen, kwam ik in de hut terug, niet helemaal fris meer na deze 14 uur van inspannend klimmen.

Om 10 uur ’s avonds waren de drie Müncheners nog niet terug. Op ons roepen kregen we geen antwoord, en omdat het donker was en we toch niets meer konden doen, ging ik maar naar bed om dan de volgende morgen zo vroeg mogelijk te helpen zoeken, ’s Nachts om 12 uur arriveerden ze gelukkig toch nog. Het bleek dat ze terug een verkeerde route hadden genomen waardoor ze veel vertraging hadden gekregen.

Toen ik voor proviandering in het dal moest zijn, zag ik verschillende mensen lachend naar mijn broek kijken. Ik kreeg een akelig vermoeden ; voorzichtig tastte ik die delen van mijn'broek af die ik wegens gebrek aan ogen in mijn achterhoofd niet kon zien en ontdekte een verschrikkelijke grote leemte ! Toen ik ’s avonds teruggekeerd in de hut enkele leden van het zwakke geslacht zag, vond ik de oplossing : ik bedekte tijdens het lopen deze precaire plaats met mijn handen en het kledingstuk was nog diezelfde avond grondig gerepareerd !

De dag daarop toog ik op weg naar de Gold-Kappl die ik al verscheidene malen gepasseerd had. Mijn rugzak liet ik op het Sandesjoch achter. De Westgraat bleek een prachtige klauterpartij te zijn. Vier graattorens moest ik passeren, die prachtige steile passages boden.

Wanneer ik 2% uur zonder ook maar een keer om me heen te zien heb geklommen, bemerkte ik tot mijn spijt dat ik met deze prachtige klauterij niet verder kon gaan, daar ik geheel onverwachts op de top stond. Het was een verrassing, dat ik zo vlak