is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1956, 1956

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwaar onder de sneeuw lag. Volgens de gids weer een record. Aangezien er onweer kwam opzetten, konden we niet te lang op de top blijven en stonden na een „leuke” wandeling in de losstenige westwand om drie uur op de col de Bertol.

Dit betekende voor ons tegelijk het einde van onze afspraak met de gids, daar een vermoedelijke diefstal van een portefeuille met inhoud enige dagen tevoren ons vacantie-budget belangrijk had doen slinken. Echter vastbesloten om de rest van het

programma nog eens af te werken verdwenen we na een week uit het Wallis.

Naschrift: Op het plan de Bertol staat een militair barakje waar men gratis kan overnachten. Het ware beslist mooier geweest indien men de jeep had laten staan en van uit Les Haudères hier naar toe was gewandeld, om vervolgens de „grote” dag van uit dit punt te beginnen. Het jeepvervoer en alles wat in deze streek er mee samenhangt bederft in dit bijzonder mooie gebied van Wallis wel heel veel. Saltet.

ZIN AL J. F. SALTET.

Eén Augustus in de middag rijden we omhoog het Val d’Anniviers binnen. In de verte zien we onze oude vrinden Dent Blanche, Obergabelhorn, Zinal Rotbom heerlijk blikkeren in de zon.

Vorig jaar waren we in de Dolomieten, beslist heel mooi, maar dit, dit heb ik daar gemist, of zoals J. H. Leopold het zegt: „de helle hoogten van ’t gebergt”. Dit is een wezenlijke belevenis zo op afstand. Hier begint het ware gevoel ten opzichte van de berg, hier loopt weer de eerste rilling over je rug.

Zinal zal velen bekend zijn als een betrekkelijk moeilijk te bereiken oord. Op de laatste 2 km na is er nu een goede autoweg, die spoedig wel geheel door getrokken zal zijn.

Dit jaar huurden we een chalet, dat gelukkig rekbaar bleek wat betreft slaapplaatsen; een grote oliestenen kachel vormde een geliefde warmte- en droogtebron.

Bij het bekijken van de kaart bent u snel overtuigd dat dit wel een Alpinistenparadijs moet zijn, met Cabane Tracuit, Refuge Arpitetta, Cabane Mountet en Moiry als uitgangspunten. Het heeft iets beklemmends dit dal, afgesloten door de Besso. Het is een doorgang naar de ruimte; inderdaad, een uur gaans doet links van u de Westwand van de Weisshorn opdoemen,

een enkele gendarme van de Schalligraat steekt altijd wel ergens door de wolken heen. Verderop voorbij de Besso ontvouwt zich het groots tafreel van Rothorn – Trifthorn-Obergabelhorn – Viereselsgraat – Dent Blanche. Eén van de grote bekoringen van dit dal is de rust en de ongereptheid. Hoewel Augustus een mooie maand was, waren er weinig mensen, geen overvolle hutten, geen gedrang op toppen.

Op een avond in de Mountet-hut zaten we met Engelsen, Zwitsers en Duitsers onder een gaspitje; van het kale hoofd van één der Zwitsers straalde de genoegelijkheid af. Guus Muller, kers-vers uit Chamonix bracht deze sfeer ook onder woorden. In Chamonix gaat iedereen „par la face”, alle hutten overvol, weinig plaats en tijd meer voor ouderwetse berggenoegelijkheid. Aan de andere kant is dit alles zeer begrijpelijk. Chamonix biedt in kort bestek de meeste mogelijkheden voor hen die Andesof Himalayaplannen hebben, het is meer een hogere rijschool geworden. Terecht dat de Booy en Terray de noordwand van de Triolet in zo kort mogelijke tijd trachten te doen, want wat staat hun het volgend jaar in de Andes te wachten?

Maar voor ons heeft de grootsheid en de rust van Wallis iets buitengemeen aantrekkelijks.

De Besso werd als eerste serieuze onder-