is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1956, 1956

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 2. Luchtfoto van de Cordillera Vilcabamba

Overgenomen uit B, Pierre: La Cordillera de Vilcabamba et Ie Salcantay. Alpinisme 1953,

Cordillera Vilcabamba niet, zoals door het kaartje wordt gesuggereerd, uit een enkelvoudige keten met een aantal culminaties, doch men heeft hier te doen met een brede gebergte zone, welke talrijke indrukwekkende toppen omvat. Fig. 2 geeft hiervan een goede indruk. Slechts de hoogste van deze toppen, de 6300 m hoge Salcantay, is bestegen. Verder is de keten nog maagdelijk terrein, met een groot aantal aantrekkelijke mogelijkheden voor een alpinistische exploratie.

In aanmerking voor een beklimmingspoging komen in de eerste plaats: de naast de Salcantay gelegen Soray (6060 m), de in het Noordoosten feitelijk buiten de Cordillera Vilcabamba gelegen Cerro Veronica (plm. 6000 m), en de in het Westen van het expeditiegebied gelegen Pumasillo (6247 m). Stuk voor stuk zijn dit belangrijke objecten, waaruit het moeilijk is een keuze te maken. Slechts één ervan hebben De Booy en ik in 1952 met eigen ogen aanschouwd, tijdens een op de Cordillera Blanca expeditie aansluitende verkenning in Zuidoost Peru. Dit is de Cerro Veronica, een fraaie ijspyramide, welke zeer goed te

zien is vanuit Ollantaytambo, het oostelijk massief volkomen beheersend. Voor zover uit een luchtfoto van de Veronica kan worden nagegaan, biedt deze berg redelijk gunstige beklimmingsmogelijkheden. De Soray lijkt moeilijker, doch is evenals de Veronica vanuit onze basis in Cuzco vrij eenvoudig te bereiken. Het is wel zeker dat onze eerste aanval op een zesduizender op één van deze twee bergen zal zijn gericht. Welke van de twee zal pas ter plaatse worden beslist, na een verkenning welke wij in de maand April tijdens het geologisch onderzoek aan de voet van de Soray hopen te maken. Van tevoren zullen echter trainingstochten worden gemaakt op één of meer vijfduizenders, waarvan talrijke in het gebied zijn vertegenwoordigd.

Het is niet mogelijk om nu reeds een schatting te maken van de tijd welke met het ten uitvoer brengen van deze plannen zal zijn gemoeid. Mocht dit meevallen er zijn maximaal 6 weken voor het alpinistisch deel uitgetrokken dan zal het misschien mogelijk zijn om tevens de Pumasillo te bezoeken. E. Waschak, in