is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1956, 1956

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt, met behulp van 3 dragers, een aanvalskamp ingericht op een gletscher, ter hoogte van 4900 m. De ijsreus lijkt wel in verzet te komen tegen deze invasie, want voortdurend stuurt hij ijslawines omlaag. De plaats van het aanvalskamp wordt derhalve met uiterste voorzichtigheid uitgekozen. Zoals later zal blijken ; niet voor niets.

De volgende ochtend blijkt het weer bijzonder mooi te zijn, dus gaat het omhoog, wederom in twee partijen. Terray en Jenny die wegens zijn lange verblijf in Bolivia het best is geacclimatiseerd voorop, en vervolgens de zuiver Nederlandse equipe De Booy Egeler. Via een glooiende gletscher wordt een wijd couloir bereikt, waarlangs de weg omhoog leidt. Vrijwel steeds klimmen we over lawinekegels, vaak met ijsblokken van verscheidene meters grootte, als stille getuigen van het gevaar dat constant van boven dreigt. De uren verstrijken snel. De technische moeilijkheden nemen geleidelijk toe. Een ijsmuur van ongeveer 10 meter hoogte en een helling van 60° vergt veel tijd. Hetzelfde geldt vooreen tweede ijsmuur met aan de onderzijde een diepe, verraderlijke spleet, waarvan de rand met de grootst mogelijke omzichtigheid moet worden betreden. Het is bepaald bewonderenswaardig hoe Terray, die de route twee dagen tevoren van een tegenover liggende helling met de kijker heeft bestudeerd, deze heeft gememoriseerd, en thans zijn weg weet te vinden door de onoverzichtelijke wirwar van spleten en huizenhoge ijstorens, die ons keer op keer de weg lijken te versperren. De horizontale afstand die aldus zigzaggend wordt afgelegd is aanzienlijk, en het is 3 uur in de middag voordat eindelijk de top in zicht komt. Maar ook nu zijn we er echter nog lang niet. Eerst moet via een lang steil sneeuwveld, waarin men vaak tot over de knieën wegzakt, de voet van de ongeveer 60 meter hoge pyramide worden bereikt, die de hoogste culminatie van de Soray vertegenwoordigt. De flanken van deze pyramide

Lionel Terray (boven) en Jenny beklimmen de eindpyramide van de Soray

zijn uitermate steil, en een ogenblik vragen Jenny, De Booy en ik ons af of we toch nog zullen falen, in het zicht van de overwinning. Terray kent echter geen twijfel, en weet ook hier wat hem te doen staat, Zonder zich een ogenblik te bedenken zwenkt hij naar links af en traverseert in de adembenemend steile zuidwand, die ons van beneden af zulk ontzag heeft ingeboezemd. Het is bepaald indrukwekkend om hem, scherp afgetekend tegen de helblauwe lucht, de laatste tientallen meters omhoog te zien kruipen. Onder hem schiet de wand onder een hoek van tenminste 55°, en in de lagere delen zelfs vertikaal, over een afstand van een kleine 2000 meter omlaag. naar het zon-overgoten dal. Boven hem jagen wolkenflarden over de top. De Booy en ik zijn aan de voet van de pyramide blijven staan om de indrukwekkende