is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1957, 1957

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rotsen verlangden. Zo was onze keus gevallen op Wellenkuppe (3910 m), Obergabelhorn (4073 m) en naar beneden over de Arbengrat. Voor de oorlog had ik die tocht eens gemaakt met afschuwelijke hoeveelheden sneeuw en bovendien vergiste de Oostenrijker, met wie ik toen ging en die niet ter plaatse bekend was, zich erg in de te volgen route, zodat het er op neer kwam, dat we in de Zuidwand afdaalden, weet ik hoeveel touwlengtes moesten abseilen en uiteindelijk in een menigte séracs terecht kwamen, terwijl het reeds donker werd. De Obergabelhorn bleef sedertdien in mijn herinnering gegrift als de langste en zwaarste tocht, die ik ooit maakte. Nu was ik natuurlijk erg nieuwsgierig, hoe het ons via de officiële route zou vergaan. In de hut was nog een Zermatter gids ook, die met zijn touriste zou gaan, zodat we niet opnieuw het gevaar te duchten hadden van te vroeg de Arbengrat te verlaten.

Bij het opstaan maandagmorgen 26 aug. aanvaardden we met langzamerhand gewoon geworden gelatenheid het feit, dat het mistig was en een beetje sneeuwde. Die hele nacht had een stormwind aan de hut gerukt en de opgepropt liggende mensen belet te slapen. Het ontbijt werd zwijgend en moedeloos genuttigd. Maar natuurlijk gingen we op weg. De Wellenkuppe is een peuleschilletje van de nieuwe hut uit, hoewel het op een goed moment zo woei, dat je de adem voortdurend werd afgesneden, zozeer, dat ik op het punt stond voor te stellen terug te keren. Die ellende was bekeken, toen we de rotsige Oostwand ingingen, alwaar ons zon en luwte wachtten. We hervonden ons humeur en keken met voldoening om ons heen, want voorwaar, dit beloofde de eerste bergtocht te worden van dit jaar met mooi weer. De mist was weggetrokken en gesneeuwd had het alleen maar bij de hut. Vol goede moed begaven we ons van de top der Wellenkuppe over de beroemde sneeuwgraat naar de grote gendarme, midden tussen de beide bergen. Hier woei de wind weer allerverschrikkelijkst en hoewel we alles aanhadden, wat we maar bezaten, stonden we te rillen van de kou. Er moest wat gehakt worden, voor we de voet van de gendarme bereikten. Theodul werkte zich snel langs de vaste touwen naar bo-

Wellenkuppe en Obergabelhorn met daarachter

Matterhorn

Opn. M. Reeslnk-de Graaf

ven. Voor mij werd het een zwaar karwei, wel een verschil met 20 jaar geleden. Maar, we kwamen alle drie boven. De rest van die schone graat was betrekkelijk snel afgelegd. Dicht onder de top van de Obergabelhorn moest er nog gehakt worden, was het allemaal puur ijs. Afdalend over de Arbengrat ging nu Taugwalder voor met zijn touriste. Wij hadden reeds enige tijd gepraat gehoord, maar hadden het niet kunnen lokaliseren. Bij de afdaling in een eerste colletje aangeland, bleken het zes alpinisten te zijn, die de Zuidwand bestegen en blijkbaar in moeilijkheden waren. We zagen tenminste Taugwalder zijn touw naar beneden gooien en na enig heen en weer geroep verschenen er twee man uit de Zuidwand in het col: een Zermatter gids met zijn tourist. Zij hadden de stoutmoedigheid gehad, ondanks de vele sneeuw, in de Zuidwand omhoog te komen. Hoeveel dunne laagjes ijs zullen zij in die steile rotswand hebben moeten trotseren? Erger was, dat de gids een groep van vier Engelsen had aangemoedigd, hem te volgen en deze vier waren in groter moeilijkheden.