is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1958, 1958

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weliswaar blijft hij klassiek terrein: namen als Anderegg, Klucker, Güssfeldt blijven met de verschillende passages en varianten verbonden. Landschappelijk is de tocht weergaloos mooi met de klim vanuit het in de ochtendschemering gehulde gletscherbekken naar de grote ijsflank; het uitzicht naar het oosten op Wallis en de Jorasses; de graten die als scherpgeprofileerde coulissen ter weerszijden tegen de ochtendhemel afsteken: Peuterey-, Kuffner- en Diablegraat.

En toch laat een licht gevoel van onbevredigdheid zich niet onderdrukken, als we in een recordtijd SVr uur na aftrek van rusten op de Col de la Brenva zijn gearriveerd. Het is alles te vlot gegaan: zeker in het begin; toen ik de 25 meter van de rimaye tot de vlakke gletscher in een onverwacht hoog tempo aflegde; de driemanscordée, die ik daarbij min of meer in duikvlucht passeerde, had niets gemerkt! Maar ook in het vervolg vervaagt de herinnering aan de weinige en korte moeilijke passages tegenover de monotonie van lange, gemakkelijke gedeelten, die daarmee alterneren.

Brcnva-flank van de Mont-Blanc

Opn. Dr. D. H. N. Wansink

Op de Brenvagletscher was enkele dagen geleden een enorme lawine omlaag gekomen uit het beruchte couloir van de Col de la Brenva. Over honderden meters was het horizontale firnbekken bedekt met een metersdikke oneffen laag sneeuwbrokken. Aan gene zijde van het elegante sneeuwgraatje van de Col Moore volgde een traverse naar rechts die ons in het couloir van de Klucker-variant bracht aan de 0.- zijde van de nu onbegaanbare rotséperon. Door dit couloir bereikten we het beroemde ijsgraatje, dat de eerste beklimmers zoveel ontzag inboezemde. Geleidelijk richt het zich op tegen de ijswand, waarin het uitloopt en die onder de séracs eindigt. Wanneer deze op het Z.O. liggende flank verijsd is, zal zij nog een harde noot te kraken geven. Maar nu loopt er een formidabel spoor door, afkomstig van voorgangers die meer en zachtere sneeuw aantroffen dan wij nu doen. Alleen de laatste 75 m zijn verijsd, maar veroorzaken evenmin grote moeilijkheden. Nu komt het spannendste moment: de entree in de séracs waarvan Egeler twee jaar ge-

leden zo’n suggestieve beschrijving heeft gegeven. Een traverse naar links onderlangs de rotsen, die de eigenlijke ~spoor” bekronen, brengt ons in een minuscuul pasje tussen deze rotsen en de ter linkerzijde verticaal oprijzende ijsmuur. Nog is de onzekerheid niet voorbij; een korte horizontale passage, enkele meters omhoog in een soort couloir tussen de wand en een losstaande sérac en. .o, wonder: de hele weg ligt open! Aan de voet van de wilde muur van séracs strekt zich in een grote boog naar rechts een sneeuwwand uit, die zich zonder onderbreking tot onder de Col de la Brenva voortzet. Naar rechts valt zij steil omlaag en soms is de passage onder de séracs maar smal, maar wat deert ons dat ln een lange traverse stormen we op de col af; twintig meter gaat ’t nog abrupt omhoog, daar waar de sneeuwwand stuit tegen de Z-flank van de col en dan staan we plotseling in een harde, ijskoude wind, halverwege de glooiende sneeuwhellingen van de Col de la Brenva naar de Mur de la Cóte.