is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1959, 1959

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen in onbegaand terrein kostten zoveel tijd, dat we de berekening uitvoerden als boven en daarna met twee vermenigvuldigden. Wil men 100 % safe zijn dari moeten er nog twee uur per dag bijgeteld worden voor verdwalen (wat vaak voorkomt). Voorts bleken ook de kaarten niet geheel betrouwbaar. Met gegevens, die de plaatselijke bevolking verstrekt is enige voorzichtigheid geboden als het gaat om afstanden. Dikwijls worden daarbij geen uren opgegeven, maar kilometers, vaak gerekend in rechte lijn en zonder rekening te houden met hoogteverschillen. Deze rechtlijnigheid schijnt een Spaanse eigenaardigheid te zijn: toen we gedurende het tweede deel van de tocht met twee Spaanse gidsen klommen luidde het antwoord op onze vragen omtrent de juiste beklimmings(of afdalings-) route steeds „tout droit”. Dit schijnt voor hen een soort principe te zijn en zij houden er ook zo consequent mogelijk aan vast; niet zigzaggend naar boven maar recht toe, rechtaan en naar beneden dito. Het is een voortreffelijke manier om verdwalen te voorkomen.

Vanuit het kamp aan de Ribagorzana werd door een groep van drie man de Beciberri beklommen, een lange graat met drie uitstekende toppen (Noordtop 2832 m, Zuidtop 3030 m en Comolo Formo 3030 m). De groep vertrok ’s middags en kampeerde aan de voet van de berg bij het gelijknamige meer. De volgende ochtend werd aan de noordzijde begonnen, vervolgens werd de gehele graat doorgeklommen, waarna aan de zuidzijde weer werd afgedaald. Deze route wijkt aanzienlijk af van de gewone (via de zuidzijde) en is vrij lastig daar de graat op verschillende punten wordt onderbroken door diepe kloven, waarvan het oversteken nogal wat moeilijkheden oplevert. Deze tocht vergde dan ook ruim 12 uur. Vanaf de Beciberri heeft men een prachtig uitzicht op de talrijke meren, aan de oostzijde van de berg.

Een tweede groep ondernam een tocht naar dit meer oostelijk gelegen merengebied in de omgeving van Tredos. Een derde groep tenslotte ondernam een tocht naar de hoogste top van de Pyreneeën, de Aneto (3404 m). Dit laatste was een tocht van 3 dagen: één dag van de Ribagorzana naar La Rencluse (een uitstekend bewirtschaftete hut), één dag voor de beklimming en één dag voor de terugtocht.

Aan het einde van de eerste week voegden zich

onze gidsen, Josep Torras en Luis Muntan uit Barcelona bij ons. Het gezelschap verhuisde naar Benasque, een dorp in het dal van de Esera, tussen de Posets en de Maladeta in. Daar werd gezorgd voor proviand voor de komende week. In de Guide Soubiron staat ergens met kleine lettertjes: „Comme il faut partir debonneheure Ie lendemain on fera ses provisions et on réglera les dépenses Ie soit même. Si on ne prend pas cette précaution, on perdra plus d’une heure au moment du départ”. Die kleine lettertjes zijn belangrijk: het inkopen doen kostte 3Vè uur. De winkel was erop berekend, er stonden krukjes bij de toonbank. De volgende dag naar boven, naar Llosas, een prachtige kampeerplaats aan de voet van de Vallibierne. Opnieuw volop water en dood hout. We begonnen met een gezamenlijke tocht naar de Vallibierne, van waaruit men een schitterend uitzicht heeft op de zuidflank van de Aneto en in het zuiden op de Posets. De graat van de Vallibierne kan zonder zekering worden beklommen, met uitzondering van een richel van ca. 30 meter even voorbij de eerste top, waar de wand aan beide zijde zo steil naar beneden gaat, dat men het beste schrijlings zittend (of zijdelings hangend) deze passage kan nemen. Dit stukje heet dan ook de Paardenrug. De terugweg naar het kamp leidt over de puinhellingen van de Tuc Arnau, aan de voet waarvan we veel edelweiss vonden. Fauna was er heel weinig te zien: behalve een enkele arend geen enkele vogel, wat hagedissen en zeer veel insecten. Later zagen we een paar gemzensporen, hoewel we de dieren zelf niet te zien kregen.

Daags daarna startten we voor de grote tocht: de beklimming van de Aneto van het zuiden uit. Er zijn twee mogelijkheden: via de Brecha de Llosas en de Corones-gletsjer en de meer directe weg via de Brecha de Tempestas. De Brecha de Tempestas die wij kozen in een couloir in de lange graat, die de Aneto met de Pic Russel verbindt. De gidsen hadden erop gerekend, dat er in het couloir sneeuw zou liggen, waardoor het vrij aanzienlijke hoogteverschil (ca. 200 m) snel overwonnen zou kunnen worden.

Er lag dat jaar echter bijzonder weinig sneeuw en het gehele couloir bleek sneeuwvrij te zijn (met uitzondering van een meter of tien helemaal bovenaan). De moeilijkheid lag in het feit, dat er zeer veel losse stenen lagen. Door de