is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1960, 1960

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdere weersontwikkelingen: is het ’s nachts om drie uur helder, dan wordt de noordwand van de Aiguille du Plan, een vrij zware ijstocht, ons doel; bij dubieus weer om vijf uur vertrek voor de bovengenoemde route op de Aiguille de I’M.

Wie kent niet het verrukkelijke gevoel van heimelijke opluchting als men om drie uur ’s nachts iemand met geforceerde teleurstelling hoort roepen: „Het zit nog potdicht”? Wij mogen dat genoegen die nacht smaken, geeuwen tevreden en slapen ongestoord tot vijf uur.

Na een vluchtig ontbijt stappen we, geheel met touwen omgord, de bouwvallige hut uit, terwijl grote hoeveelheden rammelend ijzerwerk zoals haken, musketons en laddertjes onze rugzakken vullen, op weg naar de Aiguille de l’M.

De Anstieg leidt eerst langs gebaande wegen, waarna een eindeloos lijkende steile grashelling in Terray-tempo wordt genomen. Half zeven bereiken we de voet van de 200 m hoge wand, die bepaald zeer imponerend is door zijn steilte en door de donker getinte overhangen. Er heerst dan ook een fatalistische stemming, wanneer we ons aanbinden; een ieder verwijdert zich discreet voor een korte wijle, waarna Terray de door de pijler en de wand gevormde dièdre (zie fig.) attakeert.

Zo te zien is er geen enkele moeilijkheid in de eerste touwlengte, maar als Terray Leopold laat nakomen krijgt de aanwezige vijfdegraadspassage dankzij intensief hijgen en nerveus raspen van het schoeisel langs de rots wel enige realiteit. Het tweede cordée bestaat uit Campagne Senior en ondergetekende, terwijl Campagne Medior en Junior zich aan het touw van René Desmaison bevinden.

Boven het plateaatje begint de passage V. Langs het Feuillet détaché in de N.W.-wand van de Aig. de l’M Opname Wittich

Aanvankelijk is de rots verraderlijk glad door vocht en een daardoor florerende algachtige begroeiing. Via een fraai systeem van fissures bereiken we het plateautje op de pijler, waar Terray de sleutelpassage reeds voorbereidt. Een haak wordt in een klein spleetje in de van de wand losstaande plaat geslagen, zodat de zekering weinig te wensen overlaat; de moeilijkheid is nu om, na de plaat „en opposition” voor de helft beklommen te hebben, zich met een uiterst penibel omstapje tussen wand en plaat vast te klemmen en zich dan in letterlijke zin omhoog te wurmen.

Tot onze ontsteltenis horen we de Leeuw zelf hijgend de zekerplaats installeren. Het tweede cordée aanvaardt dan ook in stille dankbaarheid een touwtje van boven; wanneer ik mij als een vis op het droge naar adem snakkend op de zekerplaats werk, merkt Terray met een stalen gezicht op: „C’était une mince cinq”; diep teleurgesteld begin ik de warboel van touw te saneren. Desmaison wil de passage met z’n pijp in de mond nemen, waardoor, als hij moet terugkeren, enige hilariteit ontstaat.

Dan volgt een 20 m hoge spleet, die „en artificiel” wordt beklommen; de vele haken maken dit eigenlijk tot een van de gemakkelijkste delen