is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1960, 1960

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Arête Sans Nom van de Aiguille Verte

Met de Arête Sans Nom van de Verte viel waarlijk niet te spotten! Al vonden de narren in ons gezelschap bij de andere tochten in alle situaties nog gelegenheid tot het maken van goede grappen, op deze tocht was het ook wat dat betreft met hen gedaan. leder deed nu zijn best zijn krachten zo veel mogelijk te sparen. Door Terray werd de Arête Sans Nom betiteld als „une grande course mixte”. Dit wil dus zeggen, dat niets mag ontbreken op deze tocht van al het interessants dat de bergen de alpinisr kunnen bieden. Zelfs geen bivouac!

Om het met een uitgebreid diner te vergelijken, werd ons als begin de Charpouagletsjer voorgeschoteld. Zeer fascinerend door de torenhoge séracs, het maanlicht en de zwarte schaduwen van de omringende Aiguilles. Terray kon er ons echter met behulp van zijn vermaarde „Pifometer” op onnavolgende wijze doorheen leiden. De volgende gang van deze alpine kost bestond uit een moeilijk ukziende rimaye. Zonder Terray zouden we misschien wel een uur verspeeld hebben, alleen al om uit te zoeken hoe we er het best overheen zouden kunnen komen. Door „de leeuw” werd hij echter zonder aarzeling geatrakeerd!

Na het bivak. De eerste zonnestralen hebben ons nog niet verzoend met de koude van de nacht Opn. Peter v. L. C.

Hierop volgde een traverse van ca. 200 m, links omhoog om het grote, naar de brèche (3600 m) leidende ijscouloir te bereiken. Het was de bedoeling hier allen tegelijk te klimmen, daarbij zorgdragend, dat geen stenen door het touw losraakten. Dat dit niet geheel lukte, bewees de verwonding van Altes. Op het geruststellend kermen liet Terray slechts zijn verbanddoos achter en ging onverdroten verder. Het slachtoffer bleek een geplette duim te hebben.

In het grote couloir moesten we ons met de onvolprezen piolet-ancre-techniek omhoog werken. In het koude, sombere couloir was dit heerlijk. Toen we eenmaal de goede cadans te pakken hadden, kregen we eindelijk het gevoel op te schieten. Daarbij werden we voor ’t eerst goed warm. De Birchermiissli, ons standaardontbijt, dat nogal zwaar op de maag lag, zakte bovendien wat.

Vlak voor de brèche ging het rechts de wand in om pas 200 m hoger op de graat uit te komen. Hiermee kregen we wel de hoofdschotel opgedist, bestaande uit cheminées met 5 e graadspassages, „feuillets détachés” en penibele traverses. De condities waren bepaald slecht; vele grepen waren met ijs opgevuld en zelfs bedekten grote ijsplaten de rots.

Na veel energieverlies bereikte de eerste cordée om 10 uur de graat ter hoogte van de Drus, plm. 3750 m, na vanaf 3 uur ’s morgens ononderbroken in touw te zijn geweest.

De Birchermiissli was nu totaal omgezet in energie, zodat het idee aan echt voedsel ons wel prettig aandeed. We waren echter ten achter op het tijdschema en daar Terray een bivouac beslist wilde vermijden, gingen we direct door. Nog 2Vi uur klommen we in de van de zon afgekeerde wand aan de Charpouakant omhoog