is toegevoegd aan uw favorieten.

Jaarboek van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1911, 1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ger, maar daar ’t weder toch spoedig veranderen zou, wilden zij ’t voor heden eens voor dit lage tarief doen.

En nu snel wat proviand ingeslagen. Den nacht moesten we in ’t kleine hotel of „bewirtschaftete Hütte” op den Taschalp doorbrengen en daar tevens ’t avondeten gebruiken. Van lang slapen zou evenwel geen sprake kunnen zijn; wij waren van plan om 12 uur op te staan en vóór i uur te Vertrekken. Onze proviandvoorraad behoefde niet groot te zijn, daar wij dezen alleen voor den volgenden dag noodig hadden, terwijl ik bovendien, ijs en weder dienende, hoopte den tocht in één dag te kunnen volbrengen en den volgenden avond nog in Eanda of Zermatt terug te zijn.

Om 4 uur waren wij gepakt en gezakt en togen welgemoed op weg. Zermatt geleek uitgestorven, zooals gewoonlijk op oen mooien dag, waarop alle reizigers op ’t pad zijn en zich verlustigen in de heerlijke natuur van dit alpenparadijs. Zoo menigmaal had ik de Mischabelhörner, Dom en Taschhorn van verre bewonderd, doch nooit had ik ’t voorrecht gehad den voet op een hunner met ijs en sneeuw bedekte toppen of kammen te zetten.

Welke verhalen had ik niet gehoord van de moeilijkheden van den Teufelsgrat en met een soort van spanning zag ik dan ook den volgenden dag tegemoet; zou mij de toer gelukken of moesten wij, evenals vele mijner voorgangers, overvallen door slecht weder en nachtelijk duister, hier of daar m de rotsen of op den gletscher een leger opzoeken en bibberend- van koude en doornat wellicht, den zonsopgang van den tweeden dag afwachten of, nog erger, halverwege terugkeeren? Wie zou ’t zeggen? En toch heeft zoo iets onzekers «enerzijds, het vertrouwen, dat men tegen de moeilijkheden en gevaren opgewassen is, anderzijds een eigenaardige bekoring en aantrekkelijkheid. Men durft t niet uit te spreken, -maar toch voelt men in zichzelven de kracht en met die kracht •de overtuiging, dat ’t wel gaan zal.

Van Zermatt volgden wij den gewonen rijweg langs de spoorbaan, sloegen dan na een half uurtje rechts af en kwamen op een voetpad, dat ons na verloop van eenigen tijd.

e