is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 1, 1952, no 4, 1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een trektocht op ski's.

In het voorjaar van 1952 doorkruisten wij op ski's en onder leiding van de Zwitserse gids Jack Neuhausler uit Klosters, de Oetztaler en de Stubaier Alpen in Oostenrijk.

Wij gingen van hut tot hut en beleefden schier onbeschrijflijk heerlijke dagen. Veertien dagen achtereeen liepen we temidden van sneeuw en gletschers; tegen de avond en ’s morgens vroeg kwamen wij veelal in wat lager gebied, doordat de meeste hutten niet op al te grote hoogte gebouwd zijn. Dan kwamen wij zonverbrand uit de witte wereld naar streken waar de sneeuw reeds grotendeels gesmolten was, bier en daar beekjes en stroompjes vormend, waar de rotsen grijs lagen en voorjaarsbloemen in felle kleuren tussen kale stenen bloeiden. Dikwijls ook zagen wij bij de benedenloop van de gletscber de donkere spookachtig blauwe gletschermond, „bet hol van de Gletschergeest", waar lange ijspegels r erden in de late avondzon.

Dlke dag bracbt ons schoor. cht en levensvreugde en daarnaast talloze alpine-technische ervaringen.

Om U een idee te geven van iteralpinisme U vermag te bieden, volgt hier-s®" korte beschrijving van , jestijging van een behoorlijke top met ski’s ”.

Weliswaar maakten wij de tochten in het voorjaar, maar daar bóven is het in April nog volop winter, alleen is het dikwijls minder koud dan in Januari of Februari, terwijl ook de sneeuw op grote hoogten beter is en de dagen bovendien veel langer zijn.

– – – – -------- -f- UWXA til uaycii uvjvcuuicii vcci Idliycr iljll. Niettemin kunnen topbestijgingen natuurlijk ook in bet echte winterseizoen plaatsvinden, maar wanneer U boven de 3000 meter komt, rekent U dan op grotere koude en ook grotere ijsafzettingen op de toppen.

[toerverslagen

Wij trekken nu vanuit de Dresdnerhütte (2308 m.) naar bet Zuckerbütl (3511 m.). 6 uur s ochtends: een stralende dag. Wij zijn al bijna een uur op, bebben onze ski’s en vellen in orde gemaakt, proviand in de rugzakken gestopt en ontbeten in het schemer van de ontwakende dag.

Klokslag zes uur staan wij buiten in de heldere vrieslucht. Na tien minuten lopen over rotsen, modder en papperige weiden, met de ski's op de schouders, kunnen wij gelukkig onderbinden. Het is nog vrij koud en wij zijn op volle wintersterkte gekleed, doch na een uurtje stijgen heeft de zon al zoveel kracht, dat wij ons steeds verder kunnen uitpeilen; laag voor laag verdwijnt in de rugzak en gletscherbrandcrème’s worden rijkelijk gebruikt.

Wij stijgen langzaam doch regelmatig tot aan de Schaufelnieder. Zo’n „nieder”, (pas of Joch) is de overgang van de ene kant van een berg naar de andere en die kan soms behoorlijk steil zijn; zo ook hier. Het allerlaatste stukje moeten wij de ski’s dan ook dragen en tot de knieën wegzakkend in de sneeuw werken wij ons naar boven. Daar rusten wij eerst op de vrij smalle graat, halen wat proviand uit de rugzak en genieten van het prachtige uitzicht, ofschoon enkelen bij voorbaat enigszins bevreesd zijn voor de dingen die komen gaan

Er is namelijk nergens een gemakkelijke afdaling te zien, wij zitten boven op de rotsen, die van alle kanten steil uit de diepte omhoog steken en Jack, de gids, haalt zijn touw dan ook reeds te voorschijn. Wij worden nu ~angeseilt” en nemen ski’s en stokken op de rug expres niet op de schouders, doch kruislings over de rugzak, zodat we beide armen en handen vrij hebben. Na een kleine klauterpartij op handen en voeten vinden wij een staaldraad aan de bergzijde in de rots bevestigd en ons daaraan vasthoudend komen wij verder gemakkelijk het Schaufelnieder over.

De ski s worden weer aangebonden en het gaat verder, dwars over de glinsterende Pfaffengletscher, tot wij het Pfaffenjoch bereiken. Deze overgang levert geen moeilijkheden en wij genieten van de prachtide stiiaina tot aan de voet van het Ziirkerhiitl.

lijivilcucil CU Wij yciiicLcii van ae pracnnge sajging tot aan de voet van net Z^uckerhutl. Links zien wij een andere drieduizender zich koesteren in de zon: de Wilder Pfaff (3471 m.). Aan de voet van het Zuckerhütl maken wij halt, de worden afgebonden en tezamen met de rugzakken in de sneeuw gelegd: wij maken skidepot. Alleen Jack neemt, zoals gewoonlijk, zijn rugzak mee naar boven.

Wij worden weer angeseilt en de laatste grote krachtproef gaat beginnen. Langs de Schneewachte lopen wij naar boven, zeer steil en vermoeiend in de diepe