is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 2, 1953, no 1, 1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 erwijl de smokkelaars met woedende gezichten op een hoopje stonden, overlegden de twee Oostenrijkers kort. Het waren de knaapjes wel, die smokkelaars! Drie breedgeschouderde Zuid-Tiroler boeren van Italiaanse nationaliteit. De oudste van de drie was helemaal iemand om voorzichtig mee om te springen, het leek wel een beer die kerel. De chef gaf de strikte opdracht om in geen geval van het pistool gebruik te maken. En verder moesten ze zien de kerels met hun bagage zo snel mogelijk in Ginzling te krijgen, alwaar het douanekantoor was gevestigd.

Toen dan ook het bevel volgde: rugzakken op en mee naar beneden, lachten de kerels smalend en gingen, om nog extra kracht aan hun besluit te geven, rustig in de sneeuw zitten! Daar had je de poppen aan het dansen, midden op de gletscher met drie rebellerende Italianen. De beambten besloten rustig af te wachten tot de zon was verdwenen, de koude zou de mannen wel dwingen. Het werd vier uur, het werd vijf uur. ja. zes uur. De oudste van het drietal had al diverse hints aan z’n kameraden gegeven om het tweetal te overweldigen, omdat hij begreep dat de beambten toch niet zouden schieten. En deze hadden al hun taktiek en vastberadenheid nodig om dit te onderdrukken.

Het werd langzaamaan schemer. Een ijzige koude streek over de gletscher en werd scherper, naarmate de tijd verstreek. De jongste beambte groef een gat in de sneeuw, terwijl z’n chef de smokkelaars onder schot hield. Ziezo, nu waren ze tenminste tegen de ergste koude beschut. De schemering viel nu in en nog gaven de smokkelaars geen teken van overgave. De kerels waren gewend aan -koude, echter hoorde men het klappertanden en het blazen op de handen. De jongste van het drietal gaf tekenen van bewusteloosheid. Daar zij niet onmenselijk waren, gaven de beambten bevel dat deze naderbij kon komen en bij hen in de sneeuwkuil beschutting kon zoeken. De jongen kroop direct trillend van koude op hen toe en liet zich met een gejammer in het gat zakken. Een slok alcohol hielp hem enigszins weer op de been. Terwijl de beambten hiermede bezig waren, stond plotseling de oudste der smokkelaars op en stelde, met de moed der wanhoop, pogingen in het werk, zich naar de kuil te begeven. De douane-chef richtte onmiddellijk het pistool en gelastte dat hij stil zou staan. De jongste der douaniers sprong uit de kuil met een stel handboeien om de kerel deze om te leggen. Dan zouden ze vast geen last meer van hem hebben. Het was al bijna donker en men kon geen twee meter meer zien.

Toen de douanier tot vlak bij de Italiaan was genaderd gaf deze hem plotseling een hevige kniestoot en vervolgens een geweldige vuistslag, zodanig dat de beambte bewusteloos achterover sloeg en de sneeuwhelling afschoof, op enkele brede gletscherspleten toe. Van die knaap hebben we alvast geen last meer, vond de schurk en wendde zich naar de sneeuwkuil. Daar had inmiddels de jongste der Italianen zich op de chef geworpen en hem het pistool uit de hand gewrongen. De drie boeven verzamelden zich nu in de kuil en hielden de chef een der in beslag genomen messen op de keel. Wanneer hij hiervan één letter zou melden, dan zouden ze hem ter plaatse vonnissen, beloofde hij echter dat hij z’n mond zou houden, dan kon hij zijn pistool zonder patronen terugkrijgen en zien dat hij thuis kwam! Daar de keus niet moeilijk was. koos de chef het laatste. De schurken verzamelden hun bagage en trokken af,