is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 2, 1953, no 5, 1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het wondere gerueht van de^^liXmlióalp

Blümlisalp in het Berner Oberland! Kent ge deze berggroep? Slechts van naam? Dan veronderstelt ge daar wellicht een liefelijk Alpenlandschap met een kleurig ~Blümlis” tapijt, zo idyllisch, met hier en daar een berghut. Doch kent ge deze groep bergtoppen van naderbij, dan weet ge beter, dan ziet ge het met gletschers overdekte massief voor U, het verblindende wit doet nog uw ogen knipperen. Heeft U zich wel eens afgevraagd, waar komt die zoet klinkende naam voor die trotse drieduizenders toch vandaan? En dan was U niet de enige. Een gebergte van een dergelijke omvang, dat zo ongenaakbaar neerziet op het dagelijkse gebeuren aan zijn voet, op het werkzame leven van de eenvoudige bergbewoners, doet deze mensenkinderen aan het fantaseren slaan. Men wil die grootsheid een ziel geven, men laat er wezens op leven, men weeft, men verzint

In het verre verleden waren van alle weiden van het Oberland die van het landschap Blümlisalp nabij Kandersteg de weligste, de vetste. Er groeiden geen schadelijke planten voor het vee. Er kon wel vier maal per jaar worden gemaaid. De koeien daar gaven meer melk dan waar elders ook. Veeziekten kende men niet. Het waren gemakkelijke tijden voor de veehouders, doch zij waren ondanks de natuurweelde eerlijk, arbeidszaam en rechtschapen. Was de naam Blümlisalp dan zo vreemd voor dit landschap? Maar dit Utopia zou niet blijven bestaan

Een goede keer was het bestuur over dit gebied in handen van een nog jonge man, een vrolijke kerel, die in de steden zijn kennig had verrijkt en niets had geleerd dan het goede. Zij van Kandersteg zeiden, dat hij van Kiental was, doch anderen van daarbuiten wisten niet beter of hij kwam van Kandersteg of daar uit de buurt. In plaats van zich een vrouw te kiezen tussen de meisjes van het dorp, had hij plotseling een vrouw ~opgeraapt in een of andere herberg. Een vrouw met ravenzwart haar en donkere ogen, een duivelin, fluisterde men. En hij had haar naar de Blümlisalp meegebracht, volkomen in haar ban. Voor haar vond hij niets te mooi. Op de dagen van de week was zij gekleed als andere vrouwen op Zondag. Tegen de gewoonte van de streek om een rood bonte koe te houden, hield zij een zwarte, kroezige koe uit Wallis met een duivelse geest, ging het gerucht. Brandei heette het beest en zij droeg wat schande een zilveren koebel. ledere dag verlangde de vrouw iets anders, veelal onredelijks. En hij, de man, hij zou voor haar door het vuur gaan. Zo maakte hij voor haar voor hun hoeve een trap, waarvan iedere trede uit oude kaas bestond. Dat was toch al te gek, vond men daar beneden in het dal. Telkenmale als hij naar het dorp afdaalde, onderhield zijn oude moeder hem over zijn dwaze daden, maar dat was aan dovemansoren geklopt.

Toen besloot het oudje hem in zijn eigen hoeve op te zoeken en hem daar eens zijn weelderige levenswijze onder ogen te brengen. Hij had toch immers van zijn vader het voorbeeld gekregen van een rechtschapen