is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 2, 1953, no 6, 1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zie Zo, wij zijn met de geladen camera in de bergen êrt wij gaan bij mooi zonnig weer een opname maken midden in de witte sneeuw. Maar is die sneeuw wel altijd wit? Natuurlijk, zullen velen zeggen, maar het is niet zo. Let U maar eens op hoe anders de sneeuw er uit ziet als U achtereenvolgens van uit het zelfde punt in verschillende richtingen kijkt. Over dit onderwerp alleen is al een artikel te schrijven (vooral als wij de kleurenfilm er bij halen) maar daarvoor is nu geen tijd noch ruimte. Voor ons komt het er op aan, dat, wanneer wij fotograferen met de zon in de rug, het landschap er werkelijk wél wit uitziet, maar wij zien geen of bijna geen schaduwen en als wij de opname zo nemen zal zij erg tegenvallen. Er zit geen plastiek in en het wordt als regel een vrij eentonig geval. Zó moet het dus niet. Neem de opname, als het enigszin kan, met de zon opzij of brutaalweg tegen de zon in. Maar U voelt wel. dat de zon niet op de lens mag schijnen, dus op uw lens moet een zogenaamde zonnekap geplaatst worden en U moet opletten, dat zelfs met dit ding erop de zon niet op de lens schijnt. Werkelijk, ga niet op reis zonder die zonnekap, dit is zeer belangrijk.

En nu komt er toch een filter aan te pas, maar geen speciaal filter. Neemt U voor het hooggebergte een licht geelfilter mede. De beste combinatie is een zonnekap waarin een geelfilter past. Deze combinatie wordt dan op de lens bevestigd. Uw fotohandelaar kan deze puzzle wel voor U oplossen en als U gezien heeft hoe het gaat, is het verder doodeenvoudig. Ik spreek over een ~licht" geelfilter omdat bij gebruik van zwaardere (d.w.z. donkerder) geelfilters op grotere hoogte het gevaar bestaat, dat wij op de afdrukken pikzwarte luchten gaan zien en dat is niet fraai.

Gewapend met de genoemde uitrusting zult LI fraaie zij- en tegenlichtopnamen kunnen maken. Hoe lang U belichten moet? Wel, dat is niet zo maar te zeggen, want dat hangt van zoveel factoren af. Om LI een idee te geven: met een film van 17/10 D.I.N. op het midden van de dag zal, met licht geelfilter op de lens, een landschapsfoto in tegenlicht ongeveer een belichtingstijd vorderen van '/100 seconde bij diafragma 8. Bij zijlicht zette men het diafragma op ± 10 (let wel, alles bij fel zonlicht). Maakt LI een opname van een zich snel bewegende skiloper, dan komt U (tenzij hij recht op LI afkomt) met sec. niet uit. De man zal bewogen, dus onscherp, op de foto komen. Als de camera daarvoor uitgerust is dus liever bijv. sec. belichten met bijv. diafragma 5,6.

Neem slechts bij uitzondering per.soncn op, die recht in uw lens kijken. In het algemeen wordt de foto fraaier als Piet,of Annie, indien zij er persé op moeten, in de rechter of linker benedenhoek van de foto (niet te veel naar onderen) geplaatst worden en naar het landschap, dat U oppccmt, kijken. Belangrijk is, dat, als de persoon op de voorgrond bijv. ± 5 meter van de lens is, LI niet scherp instelt op de bergen op de achtergrond, maar op de persoon (dus op ± 5 meter). Bij een diafragma van 8 of nog kleiner zal het slachtoffer scherp op de foto komen en de bergen wat onscherp, maar dit geeft een aangenaam plastisch effect.

Wilt U fotograferen als er nevel hangt, LI weet wel, van die erg ~artistieke" foto’s (die echter niet zo eenvoudig te maken zijn), laat dan s.v.p. de geelfilter weg, want die is nu niet op zijn plaats: de zonnekap daarentegen kunt LI altijd laten zitten.

En zo kan ik doorgaan, maar dan wordt het artikel te lang en komt het niet in „De Bergvriend”. Nog slechts één opmerking. Ontwikkel niet zelf, wanneer U deze bezigheid niet voor 100% dóór hebt. Ga liever naar een zaak, waarvan U zeker weet, dat men er ..prima" ontwikkelt en afdrukt. Als 't U blieft geen experimenten, want dan kan de hele zaak bederven en U kunt niet even terug gaan om de foto's over te maken!

Veel succes wordt U toegewenst door

CHR. ALTENA

Wanneer men in onze vereniging niet tot de richards behoort, die het zich kunnen permitteren een zomer- èn een winterreis te maken, dan komt men in de situatie van de ezel tussen de twee schelven hooi, die begerig naar links en naar rechts kijkt en niet weet, welk lekkers hij kiezen zal. Men gaat afwegen: wat is aanlokkelijker, een zomer- èf een winterreis. Aangezien mijn hart allereerst naar de Alpen uitgaat, interpelleerde ik hierover ons bestuurslid Melchior, die de Alpen in alle jaargetijden evengoed kent als zijn Amersfoortse omgeving